Naar boven ↑

Rechtspraak

Granuband B.V./werknemer
Gerechtshof Amsterdam (Locatie Amsterdam), 7 mei 2024
ECLI:NL:GHAMS:2024:1238
Geen sprake van duidelijke en ondubbelzinnige opzegging werknemer. Werkgever dient loon door te betalen. Geen sprake van door werknemer ontvangen inkomsten die op grond van artikel 7:629 lid 5 BW in mindering moeten worden gebracht op loonvordering werknemer.

Feiten

Op 1 augustus 2020 is werknemer in dienst getreden van Granuband B.V. In de loop van 2021 zijn bij werknemer frustraties ontstaan over zaken die betrekking hebben op de uitvoering van zijn functie en omgang met collega’s. Op 2 december 2021 is werknemer het kantoor van HR binnengelopen en heeft geroepen dat ‘hij er klaar mee was’, of woorden van soortgelijke strekking. De volgende dag heeft er een gesprek plaatsgevonden tussen werknemer en zijn leidinggevende. Dit gesprek is geëindigd met de mededeling van werknemer dat hij erover zal nadenken of hij bij zijn standpunt wil blijven. De volgende dag heeft de leidinggevende gevraagd of werknemer nog een reactie wilde geven. Werknemer heeft aangegeven dat hij ziek is ‘van de afgelopen tijd’ en tijd nodig heeft. De leidinggevende heeft daarop gereageerd dat werknemer niet is ziekgemeld en hij de volgende dag een besluit wil horen. Op 13 december 2021 heeft werknemer laten weten een beëindiging door middel van een vaststellingsovereenkomst te willen bespreken. Tijdens een gesprek op 15 december 2021 heeft Granuband aangegeven daaraan niet mee te willen werken. Aan werknemer is tijdens het gesprek een brief overhandigd met als onderwerp “Bevestiging ontslag op eigen verzoek”. Namens werknemer is bezwaar gemaakt tegen de gestelde beëindiging en aangegeven dat het bericht van 7 december 2021 ten onrechte niet als ziekmelding is opgevat. Granuband heeft haar standpunt gehandhaafd. In eerste aanleg heeft werknemer om betaling van achterstallig loon verzocht, hetgeen is toegewezen. Granuband komt tegen de beslissingen op in hoger beroep. Bij tussenbeschikking van 12 december 2023 heeft het hof geoordeeld dat op 15 december 2021 geen sprake is geweest van een duidelijke en ondubbelzinnige opzegging van de arbeidsovereenkomst door werknemer en dat ook niet is komen vast te staan dat de arbeidsovereenkomst toen op enige andere wijze is geëindigd. Het hof heeft geconcludeerd dat werknemer recht heeft op doorbetaling van 100% van zijn loon over de periode van 15 december 2021 tot en met 2 juni 2022. In verband met de stelling van Granuband dat eventuele in de tussentijd door werknemer ontvangen inkomsten in mindering moeten worden gebracht op de loonvordering van werknemer, is werknemer in de gelegenheid gesteld om verificatoire bescheiden over te leggen die inzichtelijk maken welke inkomsten werknemer heeft gehad over deze periode.

Oordeel

Naar het oordeel van het hof heeft werknemer voldoende aangetoond dat hij in de periode van 15 december 2021 tot en met 2 juni 2022 geen andere inkomsten heeft gehad dan zijn inkomsten uit zijn dienstverband bij Granuband. Uit de door hem overgelegde aangiftes en aanslagen blijkt niet dat hij gedurende deze periode een uitkering van het UWV of enige andere uitkering of inkomsten heeft ontvangen. Vanaf 1 juli 2022 heeft werknemer inkomsten uit zijn eenmanszaak ontvangen, derhalve pas na afloop van zijn dienstverband bij Granuband. Granuband heeft haar stellingen daarmee onvoldoende onderbouwd. Het hof gaat er daarom van uit dat geen sprake is van door werknemer ontvangen inkomsten die op grond van artikel 7:629 lid 5 BW in mindering moeten worden gebracht op de loonvordering van werknemer.