Naar boven ↑

Rechtspraak

UWV handelt in strijd met Regeling Eigenrisicodragen ZW bij opleggen maatregelen aan ZW-gerechtigde.

Appellant is in aanmerking gebracht voor een Ziektewetuitkering. Werkgever is eigenrisicodrager voor de Ziektewet. Omdat appellant zich niet houdt aan het bepaalde in het plan van aanpak, legt UWV op verzoek van werkgever in drie opeenvolgende besluiten maatregelen op, op basis waarvan de Ziektewetuitkering in drie periodes worden verlaagd met respectievelijk 25%, 50% en 100%. Naar aanleiding van het door appellant ingestelde beroep neemt UWV op 30 juni 2015 een nieuwe beslissing op bezwaar, waarbij voornoemde maatregelen zijn beperkt (verkorting periodes en verlaging percentages tot respectievelijk 25%, 25% en 37,5%). Tijdens de behandeling van het beroep op de zitting bij de rechtbank heeft de gemachtigde van UWV aanleiding gezien om het eerstgenoemde percentage te verlagen tot 12,5%. Voor het overige heeft het beroep geen doel getroffen. Appellant stelt zich in hoger beroep op het standpunt dat de bestreden besluiten onzorgvuldig tot stand zijn gekomen, omdat het ontbreken van een rechtsmiddelenverwijzing in het plan van aanpak hem zou hebben geschaad in zijn procedurele mogelijkheden en omdat de medische toets in de bezwaarfase uitsluitend heeft bestaan uit een dossieronderzoek.

De Centrale Raad van Beroep oordeelt als volgt. Maatregel 1 is opgelegd omdat appellant niet heeft meegewerkt aan het opstellen van het plan van aanpak. De gedraging die appellant wordt verweten is dat hij niet (tijdig) heeft voldaan aan het verzoek van werkgever om het aan hem verzonden plan van aanpak tijdig ondertekend retour te zenden. De Raad overweegt dat het niet (tijdig) plaatsen van een handtekening onder het plan van aanpak niet kan worden gekwalificeerd als het niet meewerken aan het opstellen van een plan van aanpak als bedoeld in artikel 29g lid 2 sub d ZW, zodat maatregel 1 juridische grondslag ontbeert. Het hoger beroep ten aanzien van maatregel 1 slaagt derhalve. Ten aanzien van maatregelen 2 en 3 overweegt de Raad als volgt. UWV blijft, ook bij eigenrisicodragerschap, verantwoordelijk voor de uitvoering van de ZW. Een en ander volgt onder meer uit artikel 2 lid 5 t/m 7 van de Regeling Eigenrisicodragen ZW, waarin is bepaald dat UWV zich ervan verzekert dat de voorbereiding van beslissingen door de eigenrisicodrager op zorgvuldige wijze plaatsvindt en dat beslissingen worden gedragen door de onderliggende feiten. Indien de eigenrisicodrager naar het oordeel van UWV een en ander niet zorgvuldig heeft voorbereid, wordt de eigenrisicodrager in de gelegenheid gesteld dit verzuim te herstellen. De Raad komt tot het oordeel dat UWV bij het opleggen van de maatregelen 2 en 3 in strijd heeft gehandeld met artikel 2 lid 5 t/m 7 van de Regeling Eigenrisicodragen ZW. UWV heeft onvoldoende onderzocht of de beslissingen zorgvuldig zijn voorbereid en worden gedragen door de onderliggende feiten. Ook heeft UWV ten onrechte werkgever niet in de gelegenheid gesteld de verzuimen te herstellen. Nu appellant ten onrechte niet de mogelijkheid heeft gehad bezwaar te maken tegen het plan van aanpak, een inhoudelijke toets van het plan van aanpak door UWV niet heeft plaatsgevonden, en het in de gegeven omstandigheden niet zinvol is om een dergelijke toets alsnog te laten verrichten, ziet de Raad geen aanleiding om UWV de gelegenheid te bieden de geconstateerde gebreken te herstellen. Een en ander leidt tot de conclusie dat het hoger beroep van appellant ook ten aanzien van maatregel 2 en 3 slaagt.