Rechtspraak
Gerechtshof Den Haag (Locatie 's-Gravenhage), 28 juni 2011
ECLI:NL:GHSGR:2011:BQ9951
werknemer/Benfried Multigrow c.s.
Werknemer is als uitzendkracht van Van Koppen : Van Eijk werkzaam geweest bij Benfried en heeft daarbij op 19 september 2006 een arbeidsongeval gehad, waarbij zijn linkerhand bekneld is geraakt tussen de lopende band van een inpakmachine en een metalen buis. Hij wordt direct naar het ziekenhuis gebracht waar geen afwijkingen worden geconstateerd. Enkele dagen later heeft werknemer zijn werkzaamheden hervat. Werknemer vordert een verklaring voor recht dat zowel Benfried als het uitzendbureau aansprakelijk zijn voor de gevolgen van het arbeidsongeval. De kantonrechter heeft de vorderingen afgewezen, onder meer omdat werknemer niet heeft aangetoond schade te hebben geleden. Werknemer stelt zich op het standpunt dat in deze procedure slechts de aansprakelijkheid en niet de omvang van de schade centraal staat.
Het hof oordeelt als volgt. De stelling van werknemer dat dit geding 'slechts' gaat over de aansprakelijkheid, is onjuist. Het eerste deel van de vordering betreft een verklaring voor recht dat geïntimeerden voor de gevolgen van het ongeval aansprakelijk zijn. Deze vordering is alleen toewijsbaar als deze gevolgen bestaan in schade en als er causaal verband is tussen het ongeval en de gestelde schade. Als de gevolgen van het ongeval niet bestaan in schade, heeft werknemer geen belang bij de gevorderde verklaring voor recht en is de gevorderde verklaring voor recht om die reden niet toewijsbaar. Het tweede deel van de vordering, dat een vordering tot vergoeding van de schade van werknemer, nader op te maken bij staat betreft, is eveneens slechts toewijsbaar als aannemelijk is dat er schade is en als er causaal verband is tussen het ongeval en de gestelde schade. Ten aanzien van beide vorderingen gaat het dus niet alleen om de aansprakelijkheid, maar ook om de vraag of er schade is en of er causaal verband is tussen het ongeval en de gestelde schade. Hetzelfde geldt voor een eventueel op artikel 7:611 BW gebaseerde vordering. Ten aanzien van de door werknemer genoemde schadeposten overweegt het hof het volgende. Werknemer heeft niet gesteld welk letsel hij na het ongeval had, of hij zich ziek heeft gemeld en of hij zich, nadat in het ziekenhuis was geconstateerd dat hij niets gebroken had, onder medische behandeling heeft laten stellen. Hij heeft dan ook onvoldoende onderbouwd dat hij ten gevolge van het ongeval arbeidsvermogenschade heeft geleden. Werknemer heeft onvoldoende onderbouwd waarom hij recht zou hebben op smartengeld. Hij heeft voorts onvoldoende onderbouwd dat hij ten gevolge van het ongeval reiskosten heeft moeten maken. Volgt bekrachtiging van het vonnis van de kantonrechter.