Rechtspraak
FNV Bouw c.s./Cementbouw
De werknemers van Cementbouw krijgen een salarisbetaling per vier weken; per jaar 13 salarisbetalingen. Op de arbeidsverhouding tussen Cementbouw en haar werknemers is de CAO Mortel- en morteltransportondernemingen van toepassing. FNV Bouw en Het Zwarte Corps vorderen loon over de 53e week. Zij stellen daartoe het volgende In 2009 beslaan de 13 salarisbetalingen een week betaling te kort, want in 2009 is er sprake van een extra week, namelijk week 53. In deze week hebben de meeste werknemers enkele dagen gewerkt, maar deze dagen worden niet uitbetaald. In eerdere jaren waarin 53 weken voorkwamen, heeft Cementbouw gewerkte dagen over week 53 regulier betaald. Cementbouw stelt dat FNV Bouw is partij bij de cao, maar Het Zwarte Corps niet. Het Zwarte Corps kan dus geen nakoming van de cao vorderen op grond van artikel 9 lid 2 van de wet Cao. De vordering van Het Zwarte Corps moet dan gebaseerd zijn op artikel 3:305a BW. Voorwaarde om een vordering te kunnen instellen uit hoofde van artikel 3:305a BW is dat de vakverenigingen de in het geding zijnde belangen ingevolge de statuten behartigen. De vakverenigingen hebben geen statuten overlegd. Voorts is naar het oordeel van Cementbouw niet voldaan aan de in artikel 3:305a lid 2 BW neergelegde eis dat, om ontvankelijk te kunnen zijn, voldoende geprobeerd moet zijn om het gevorderde in overleg met Cementbouw te bereiken.
De kantonrechter oordeelt als volgt. Nu de vakverenigingen betaling van loon vorderen en niet-nakoming van de cao, deelt de kantonrechter de visie van Cementbouw dat de vorderingen zijn gebaseerd op het bepaalde bij artikel 3:305a BW. Bij hun conclusie van repliek zijn de vakverenigingen op geen enkele wijze ingegaan op het bij antwoord door Cementbouw gedane beroep op niet-ontvankelijkheid. Zij hebben evenmin hun statuten in het geding gebracht. De kantonrechter moet daarom uitgaan van de juistheid van wat door Cementbouw aan haar beroep op niet-ontvankelijkheid ten grondslag is gelegd. De vakverenigingen worden niet-ontvankelijk verklaard in hun vorderingen.