Naar boven ↑

Rechtspraak

eisers/Stichting Gaming Control Board
Gerecht in eerste aanleg van Curaçao, 6 juni 2011
ECLI:NL:OGEAC:2011:BR6145

eisers/Stichting Gaming Control Board

Herbenoeming directeur overheidsorgaan in strijd met de statuten. Ontslagprocedure bestuursleden niet in strijd met de wet noch misbruik van bevoegdheid

Op 19 april 1999 heeft het toenmalige Eilandgebied Curaçao de GCB opgericht. De GCB heeft blijkens haar statuten onder meer als doel het houden van een hoge mate van toezicht en controle op de activiteiten van degenen die kansspelen aanbieden, het afgeven, verlengen of intrekken van vergunningen en het innen van gelden uit de kansspelenindustrie en de afdracht daarvan aan het Eilandgebied, thans het Land. Ingevolge artikel 8 van de statuten kan een bestuurslid door het bestuurscollege, thans de regering of de minister, worden ontslagen indien – voor zover thans van belang – het desbetreffende bestuurslid handelt in strijd met de wet of de statuten, dan wel zijn taken niet naar behoren uitoefent. De termijnen van de leden die waren voorgedragen door de Centrale Bank en het Openbaar Ministerie zijn per 1 mei 2009 afgelopen. Hoewel deze leden al in april 2009 opnieuw zijn voorgedragen en de GCB sindsdien regelmatig heeft verzocht om over te gaan tot hun herbenoeming, hebben noch het bestuurscollege noch de regering daaraan gevolg gegeven. Het bestuur van de GCB heeft haar directeur herbenoemd, in strijd met de beleidslijn van de minister-president dat alle lopende aanstellingen niet zullen worden verlengd. GCB stelt zich op het standpunt dat de benoeming een haar toekomende – statutaire – bevoegdheid is. De minister heeft het gehele bestuur – wegens handelen in strijd met artikel 8 van de statuten – ontslagen. Eisers stellen zich op het standpunt dat het ontslag nietig is.

Het Gerecht oordeelt als volgt. Ingevolge de statuten van de GCB wordt de directeur – afgezien van de eerste rechtstreekse benoeming in 1999 door het bestuurscollege – benoemd door het bestuur, na schriftelijk verkregen goedkeuring van het bestuurscollege, thans de regering of de minister. Die eerste benoeming was niet voor onbepaalde tijd, maar voor een periode van vijf jaar. Na afloop van die termijn diende dus ofwel herbenoeming van de zittende directeur ofwel benoeming van een andere directeur plaats te vinden. Hetzelfde geldt voor een nieuwe aanstelling na 2011, de datum waarop de huidige directeur de pensioengerechtigde leeftijd bereikt en zijn laatste termijn afloopt. Eisers maken ten onrechte onderscheid tussen herbenoemen en verlengen van het contract. Het gaat om de functie van directeur van de GCB, waarin men volgens de statuten slechts kan worden benoemd. Zonder (her)benoeming geen directeur. Eisers hebben besloten de huidige directeur na zijn pensioen nog een jaar als directeur te handhaven. Daarmee hebben zij hem feitelijk voor een jaar herbenoemd zonder schriftelijk verkregen goedkeuring van de regering of de minister. Dat is in strijd met de statuten van de GCB. Door op een zo belangrijk punt als de herbenoeming van de directeur en in de wetenschap hoe de minister erover dacht, in strijd te handelen met de statuten gaf het bestuur de regering voldoende grond voor ontslag. Of dat ontslag de regering om heel andere redenen goed uitkomt kan derhalve in het midden blijven. Dat zou op zichzelf immers geen détournement de pouvoir of willekeur opleveren.