Rechtspraak
Opinity/werknemer
Werknemer en Opinity hebben in mei 2011 onderhandeld over indientsttreding. Een per e-mail verzonden conceptarbeidsovereenkomst bevat onder meer een proeftijdbeding, nevenwerkzaamhedenbeding, relatiebeding en concurrentiebeding. Uiteindelijk schrijft werknemer naar aanleiding van het concept: 'Zo is het akkoord wat mij betreft.' Afgesproken wordt dat werknemer in dienst treedt zodra voor hem een geschikte opdracht is gevonden, maar uiterlijk per 1 augustus 2011. In juni heeft werknemer via het IT-detacheringsbedrijf IT-Staffing een opdracht bij het EPO met startdatum 1 juli 2011 verkregen. Op 27 juni 2011 heeft werknemer laten weten niet bij Opinity in dienst te treden, maar de opdracht als zzp'er uit te voeren. Opinity vordert werknemer te gelasten de werkzaamheden voor IT-Staffing met onmiddellijke ingang te staken en gestaakt te houden wegens overtreding van het nevenwerkzaamheden- en concurrentiebeding.
De kantonrechter oordeelt als volgt. Vast staat dat werknemer op 27 juni 2011 telefonisch aan Opinity heeft laten weten dat hij niet bij haar in dienst zou treden. Nu beide partijen van mening zijn dat wat betreft het proeftijdbeding voldaan is aan het schriftelijkheidsvereiste, wordt voorshands geoordeeld dat werknemer de arbeidsovereenkomst rechtsgeldig met onmiddellijke ingang heeft opgezegd. Van overtreding van het nevenwerkzaamhedenverbod is dan ook geen sprake.
Tussen partijen is in geschil of met betrekking tot het concurrentiebeding (ook) aan het schriftelijkheidsvereiste voldaan is. Aan het schriftelijkheidsvereiste van artikel 7:653 lid 1 BW ligt de gedachte ten grondslag dat de werknemer de consequenties van dit voor hem bezwarende beding goed heeft overwogen. Ingevolge het arrest van de Hoge Raad van 28 maart 2008 (LJN BC0384) is in dat licht voor de geldigheid van een concurrentiebeding niet vereist dat de arbeidsvoorwaarden zelf zijn ondertekend en is evenmin vereist dat de akkoordverklaring in een brief uitdrukkelijk naar de aanvaarding van dat beding verwijst. Voldoende is dat de werknemer zich schriftelijk akkoord verklaard heeft met de arbeidsvoorwaarden waarin een concurrentiebeding is opgenomen, mits de inhoud van dat document als bijlage is bijgevoegd. Vast staat dat Opinity de arbeidsovereenkomst, waarin een concurrentiebeding is opgenomen, per e-mail aan werknemer heeft verzonden en dat werknemer per e-mail zijn akkoordverklaring met die arbeidsovereenkomst heeft gegeven. Hiermee is voldaan aan het schriftelijkheidsvereiste.
Het verweer van werknemer dat IT-Staffing geen klant of relatie van Opinity was en ook niet is geworden omdat tussen partijen niet eens een contractuele relatie is ontstaan, wordt verworpen. Partijen zijn het erover eens dat met de opdracht via IT-Staffing sprake was van een geschikte opdracht voor werknemer. Daarmee is IT-Staffing op het moment dat de opdracht door werknemer werd verkregen een klant, althans relatie, van Opinity geworden. Opinity heeft belang bij handhaving van het concurrentiebeding, omdat Opinity door de handelwijze van werknemer de opdracht via IT-Staffing is misgelopen. De vordering van Opinity wordt toegewezen tot januari 2012. Tussen partijen staat vast dat de opdracht in beginsel tot die datum loopt, terwijl Opinity onvoldoende feitelijk heeft onderbouwd dat de opdracht daarna verlengd zal worden.