Naar boven ↑

Rechtspraak

werkneemster/Iran-United States Claims Tribunal
Rechtbank Den Haag, 24 augustus 2011
ECLI:NL:RBSGR:2011:BT2066

werkneemster/Iran-United States Claims Tribunal

Vanwege immuniteit van internationale organisatie is de kantonrechter onbevoegd van het geschil over de kennelijke onredelijkheid van de opzegging kennis te nemen

Werkneemster is sinds 1982 in dienst van het Iran-United States Claims Tribunal. Op de arbeidsovereenkomst zijn de 'Staff Rules' van toepassing. In 2010 is de arbeidsovereenkomst van werkneemster beƫindigd. Werkneemster vordert schadevergoeding wegens kennelijk onredelijk ontslag. Werkgever stelt dat de Nederlandse rechter onbevoegd is.

De kantonrechter oordeelt als volgt. Bij immuniteit van jurisdictie van een internationale organisatie gaat het om een zogenaamde functionele immuniteit. Hoe alledaags de administratieve werkzaamheden die werkneemster verrichtte ook waren, het gaat om werkzaamheden noodzakelijk voor de vervulling van de taak van het Iran-United States Claims Tribunal. Het niet toekennen van de door werkneemster verlangde schadevergoeding bij beƫindiging van de arbeidsovereenkomst houdt onmiddellijk verband met de vervulling van de aan het Iran-United States Claims Tribunal opgedragen taken (HR 23 oktober 2009, NJ 2009, 527 met conclusie van A-G mr. Strikwerda). Werkneemster heeft niet bestreden dat op grond van de op de arbeidsovereenkomst van toepassing zijnde Staff Rules het arbeidsgeschil voorgelegd kon worden aan de negen arbiters van het Iran-United States Claims Tribunal. Onvoldoende is gesteld om te kunnen oordelen dat deze procedure geen aan artikel 6 EVRM vergelijkbare bescherming biedt (HR 20 december 1985, NJ 1986, 438). Er wordt derhalve geen uitzondering gemaakt op de immuniteit. De kantonrechter oordeelt dat hij niet bevoegd is van het geschil kennis te nemen.