Rechtspraak
Scherpenzeel/werknemer
Werknemer (50 jaar) is sinds 1996 (en daarvoor van 1976 tot 1990) in dienst van Scherpenzeel. Als gevolg van op het werk opgelopen letsel is werknemer van november 2008 tot januari 2010 arbeidsongeschikt geweest. Sinds februari 2011 is werknemer als gevolg hiervan (opnieuw) arbeidsongeschikt. Wegens bedrijfseconomische redenen is de vestiging waar werknemer werkzaam is in juli 2011 gesloten. Aangezien de arbeidsplaats van werknemer is vervallen, verzoekt Scherpenzeel ontbinding van de arbeidsovereenkomst.
De kantonrechter wijst het verzoek op grond van de reflexwerking van het opzegverbod tijdens ziekte af. De stelling dat slechts ruimte is voor reflexwerking indien de ontbinding wordt verzocht wegens de ziekte, wordt niet gevolgd. Meegewogen wordt dat Scherpenzeel ondanks het advies van de bedrijfsarts geen begin heeft gemaakt met re-integratie. Nu de arbeidsongeschiktheid van werknemer ontstaan is in de werksfeer mag onder omstandigheden van de werkgever worden gevergd dat deze de bestaande organisatie of arbeidsverdeling wijzigt of aanpast (vgl. HR 13 december 1991, LJN ZC0448, Goldsteen/Roeland). Scherpenzeel heeft onvoldoende aannemelijk gemaakt dat er geheel geen re-integratiemogelijkheden zijn. Tot slot worden ook de lange duur van het dienstverband en de slechte arbeidsmarktpositie van werknemer meegewogen.