Rechtspraak
X/Y
X is sinds 2004 bij Y werkzaam als distributeur van onder andere kranten. In de distributieovereenkomst is bepaald dat partijen een overeenkomst van opdracht aangaan en de wettelijke bepalingen ten aanzien van de arbeidsovereenkomst en het BBA niet van toepassing zijn. Y heeft bij brief van 12 oktober 2010 de distributieovereenkomst met X opgezegd per 17 november 2010. X heeft de vernietigbaarheid van de opzegging ingeroepen. Hij stelt dat hij werkzaam is op basis van een arbeidsovereenkomst en toestemming van UWV WERKbedrijf voor opzegging van de arbeidsovereenkomst ontbreekt.
De kantonrechter oordeelt als volgt. De wijze van loonbetaling wijst eerder op een arbeidsovereenkomst dan op een opdrachtovereenkomst. Y stuurde geen facturen en bracht geen btw in rekening, maar ontving maandelijks een bedrag, hoger dan het wettelijk minimumloon en lager dan het modaal inkomen, waarbij de hoogte van de maandelijkse betalingen niet zeer sterk van elkaar afweken. Het feit dat X zich kon laten vervangen, is echter een aanwijzing dat sprake is van een opdrachtovereenkomst (hoewel dit op basis van het arrest HR 13 december 1977, NJ 1958, 35 niet betekent dat geen sprake kan zijn van een arbeidsovereenkomst). Voorts staan in de overeenkomst de bewoordingen 'overeenkomst van opdracht' en heeft X geen vakantiedagen en vakantietoeslag. Nadat veel over de rechtspositie van de distributeurs is geprocedeerd, wordt door UWV aangenomen dat er geen sprake is van een arbeidsovereenkomst, maar dat er wel een verzekeringsplicht is. Dit is op zichzelf niet doorslaggevend, maar hieraan wordt wel belang gehecht. Alle omstandigheden in aanmerking nemende wordt geoordeeld dat sprake is van een overeenkomst van opdracht. Volgt afwijzing van de vorderingen.