Rechtspraak
werknemer/Garage Goudriaan BV
Laetemia is in 1969 en 1970 als automonteur in dienst van Goudriaan werkzaam geweest. Laetemia is in de uitvoering van zijn werkzaamheden voor Goudriaan blootgesteld aan witte asbest. Onderdeel van zijn werk was het uitvoeren van onderhoudswerkzaamheden aan remvoeringen en koppelingsplaten. Deze remvoeringen (frictiemateriaal) en koppelingsplaten bevatten witte asbest. Bij het schoonmaken van remvoeringen werd het asbeststof weggeblazen of met een kwast verwijderd. Goudriaan heeft in 1969 en/of 1970 geen specifieke maatregelen getroffen in verband met de blootstelling aan (witte) asbest. Laetemia is op 21 oktober 2004 aan de gevolgen van een mesothelioom overleden. De echtgenote van Laetemia vordert schadevergoeding op grond van artikel 7:658 BW. Het hof heeft bij tussenarrest (AR 2011-22) een deskundige benoemd om vast te stellen of in 1969 naar heersende opvattingen in de wetenschap en techniek voor het vak automonteur een verhoogd risico voor het ontstaan van mesothelioom, asbestose of longkanker werd gezien.
Het hof oordeelt als volgt. Deskundige Burdorf heeft gerapporteerd, zeer kort samengevat, dat naar heersende opvattingen in de wetenschap in de jaren 1969/1970 het boren en schuren van asbesthoudende remvoeringen als risicovolle handelingen werden gezien, waaraan hij de conclusie verbindt dat volgens die opvattingen in het vak van automonteur, waarin mechanische handelingen met remvoeringen werden uitgevoerd, een verhoogd risico aanwezig was op het ontstaan van mesothelioom, asbestose of longkanker. Daaraan heeft Burdorf toegevoegd dat in de wetenschappelijke en technische literatuur in de periode 1969/1970 algemene opmerkingen zijn gemaakt over de noodzaak van het sterk reduceren van de blootstelling aan asbest, vaak onder verwijzing naar algemene maatregelen met betrekking tot stofreductie. Echter, los van de vraag of deze conclusies van Burdorf juist en/of volledig zijn (Goudriaan heeft dat gemotiveerd betwist, onder meer onder verwijzing naar wat Burdorf in de Gemex-zaak heeft verklaard; HR 4 juni 2004, LJN AO4596), niet is gebleken dat die opvattingen in 1969/1970 buiten de wetenschappelijke en technische literatuur, via toegankelijke en gangbare openbare bronnen (zoals radio, tv, landelijke dagbladen, brancheperiodieken e.d.) bekend konden en behoorden te zijn bij Goudriaan, een klein familiebedrijf in de garage/onderhoudsbranche voor vrachtauto's. De publicaties van de Arbeidsinspectie uit 1968 en 1969, nog los van de vraag of Goudriaan geacht moet worden daarvan kennis te hebben genomen, hebben betrekking op asbestverwerkende en asbestproducerende beroepen, waarvan i.c. geen sprake is. Goudriaan heeft derhalve haar zorgplicht niet geschonden.