Rechtspraak
Rechtbank Midden-Nederland, 6 december 2011
ECLI:NL:RBZLY:2011:BU8985
Stichting Isala Klinieken/werknemer
Werknemer is als psychiater in dienst van de Stichting Isala Klinieken (hierna: Isala). Werknemer was voorheen als vrijgevestigde psychiater werkzaam op de locatie De Weezenlanden (een locatie van Isala). Hij is per 1 januari 2011 op basis van een arbeidsovereenkomst in dienst getreden van Isala. In de arbeidsovereenkomst is uitdrukkelijk bepaald dat de periode voorafgaand aan het dienstverband, waarin werknemer als vrijgevestigde werkzaamheden heeft verricht, niet worden meegeteld in de berekening van de duur van dienstverband. Eind oktober hebben drie andere psychiaters van de locatie Sophia kenbaar gemaakt dat zij bij nader inzien een samenwerking met werknemer niet zien zitten. Zij hebben onder meer aangevoerd dat werknemer zijn eigen gang gaat en niet in een groep functioneert. Werknemer is vanaf 23 februari 2011 gedeeltelijk arbeidsongeschikt vanwege een beperking in de energetische belastbaarheid. Zijn taken en omvang van de te werken uren zijn op advies van de bedrijfsarts verminderd. Werknemer is wel zijn nevenwerkzaamheden blijven verrichten. Het Stafbestuur heeft na diverse gesprekken laten weten geen vertrouwen meer te hebben in een vruchtbare samenwerking tussen de psychiaters. Isala verzoekt ontbinding van de arbeidsovereenkomst.
De kantonrechter oordeelt als volgt. Tussen de vier psychiaters is sprake van een diepgaande verstoorde verhouding als gevolg van vakinhoudelijke en persoonlijke redenen. Uit overgelegde gespreksverslagen en correspondentie volgt dat er geen reële en vruchtbare samenwerking meer is te verwachten. Nu de andere drie psychiaters wel een adequate samenwerking hebben en samenwerking met werknemer niet meer tot de mogelijkheden behoort, wordt de arbeidsovereenkomst van werknemer ontbonden. Isala heeft een vergoeding aangeboden conform de kantonrechtersformule met A-factor 2 en C-factor 1. Ten aanzien van de vergoeding wordt overwogen dat werknemer van de ontstane situatie, zoals ook Isala heeft erkend, niet in overwegende mate een verwijt kan worden gemaakt. Wel wordt werknemer aangerekend dat hij tijdens zijn gedeeltelijke arbeidsongeschiktheid onverminderd zijn nevenwerkzaamheden is blijven verrichten. Dit heeft de gespannen verhoudingen geen goed gedaan. Het dienstverband tussen Isala en werknemer zal slechts net iets meer dan een jaar bestaan. Gelet daarop en de daaraan voorafgegane vrije vestiging van werknemer, zal hij waarschijnlijk slechts in aanmerking kunnen komen voor een WW-uitkering voor de duur van drie maanden. De financiële gevolgen van de ontbinding zijn dan ook aanmerkelijk te noemen. Daarentegen is niet aannemelijk dat werknemer een slechte arbeidsmarktpositie heeft. Al met al acht de kantonrechter de door Isala aangeboden vergoeding niet passend doch een substantieel hogere vergoeding redelijk en billijk. Volgt toewijzing van het ontbindingsverzoek onder toekenning van een vergoeding ter grootte van een jaarsalaris (afgerond € 157.000).