Naar boven ↑

Rechtspraak

werknemer/werkgever
Rechtbank Limburg, 8 februari 2012
ECLI:NL:RBROE:2012:BV3736

werknemer/werkgever

Schade als gevolg van terughalen gegevens gewiste H-schijf door werknemer is onbekend en niet opeisbaar. Verrekening met salaris niet toegestaan. Werknemer niet aansprakelijk voor wissen H-schijf met privédocumenten of verrichten werkzaamheden eigen onderneming

Werknemer is van 1 maart 2010 tot 1 maart 2011 in dienst geweest in de functie van medewerker controlling. Tegen inlevering van verlofuren zijn de werkzaamheden van werknemer op 3 februari 2011 geëindigd. Op die datum heeft werknemer de H-schijf gewist. Deze gewiste bestanden zijn door werkgever teruggehaald. Op het salaris van februari 2011 zijn de kosten voor het terughalen van de bestanden ingehouden. Thans vordert werknemer betaling van het salaris over deze periode. Werknemer stelt dat hij alleen persoonlijke documenten van de H-schijf heeft gewist. Alle bedrijfsgerelateerde documenten zijn terug te vinden op de server. In reconventie stelt werkgever werknemer op grond van artikel 7:661 BW aansprakelijk voor de schade als gevolg van het wissen van de bestanden.

De kantonrechter oordeelt als volgt. Werkgever doet een beroeping op verrekening vanwege geleden schade. Voor een geldig beroep op verrekening is volgens artikel 6:127 BW onder meer nodig dat de vordering opeisbaar is. Anders dan werkgever stelt, was dit niet het geval. Op het moment dat werkgever aankondigt op het aan werknemer verschuldigde beslag te leggen, 22 februari 2011, was de (beweerde) schade nog niet bekend. De loonvordering van werknemer wordt derhalve toegewezen. De wettelijke verhoging wordt vastgesteld op 10%.

Ten aanzien van de vordering in reconventie wordt geoordeeld dat werkgever niet heeft aangetoond dat sprake was van opzet of bewuste roekeloosheid door werknemer. De stelling dat de H-schijf slechts gebruikt wordt voor persoonlijke gegevens en bedrijfsgerelateerde documenten op de server staan, heeft werkgever niet ontkracht. Hoewel werknemer geregeld privé-e-mails heeft verzonden, is van buitensporig gebruik geen sprake. Op grond van de arbeidsovereenkomst had werknemer wel moeten melden dat hij medevennoot was van een vof waarvoor hij werkzaamheden verrichtte. Hier is echter geen sanctie op gesteld. Dat werknemer tijdens werktijd veelvuldig met zijn eigen onderneming bezig is geweest, blijkt niet uit de overgelegde stukken. De vordering van werkgever wordt afgewezen.