Naar boven ↑

Rechtspraak

Issue Information Technology BV/werknemer
Gerechtshof Den Haag (Locatie 's-Gravenhage), 14 februari 2012
ECLI:NL:GHSGR:2012:BV6807

Issue Information Technology BV/werknemer

Schorsing concurrentiebeding na belangenafweging. Voortzetting bepaaldetijdscontract in onbepaalde tijd en geldigheid concurrentiebeding niet beantwoord

Werknemer is op 1 april 2008 bij Issue in dienst getreden in de functie van senior accountmanager op basis van een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd van twaalf maanden. In de schriftelijke arbeidsovereenkomst zijn, naast een geheimhoudingsbeding, een concurrentie- en een relatiebeding opgenomen. Bij brief van 17 maart 2009 heeft Issue werknemer bericht dat zijn arbeidsovereenkomst zal worden omgezet in een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd. Met uitzondering van een bepaling over bonusregelingen blijven voor het overige de arbeidsvoorwaarden ongewijzigd, aldus de brief. Werknemer heeft na schriftelijke akkoordverklaring de brief geretourneerd. Werknemer heeft op 28 juli 2011 de arbeidsovereenkomst opgezegd om in dienst te treden van Qi. Werknemer stelt onder verwijzing naar het arrest van het Hof Arnhem van 31 mei 2011, LJN BQ7529, dat het concurrentie- en relatiebeding niet expliciet schriftelijk opnieuw is overeengekomen en derhalve niet is blijven gelden. Aan het schriftelijkheidsvereiste ex artikel 7:653 BW is derhalve niet voldaan indien de werknemer zich schriftelijk akkoord verklaart met niet als bijlage opgenomen arbeidsvoorwaarden waarin het concurrentiebeding staat, tenzij hij uitdrukkelijk verklaart met het concurrentiebeding in te stemmen. Het beding is daardoor niet rechtsgeldig. De kantonrechter heeft werknemer in het gelijk gesteld.

Het hof oordeelt als volgt. Of het concurrentiebeding wel of niet rechtsgeldig is overeengekomen kan in het midden blijven, aangezien de belangenafweging (lid 2) leidt tot schorsing van het concurrentiebeding. Werknemer heeft betoogd dat het vanwege zijn vooropleiding, werkervaring en kennis opgedaan bij eerdere werkgevers, niet redelijk en billijk is hem onverkort aan het concurrentiebeding te houden. Hij betoogt voorts dat Issue er ‘geen last’ van heeft wanneer hij bij een concurrerende onderneming gaat werken, in aansluiting waarop hij erop heeft gewezen dat Qi volgens een sterkte-zwakteanalyse uit 2010 niet behoort tot de belangrijke concurrenten van Issue. Er is uitgebreid nader ingegaan op de verschillen tussen Issue en Qi (de aard van de bedrijven, de verkoopstructuur/productgroepen), zijn functie in beide bedrijven en het feit dat beide bedrijven slechts één product verkopen. Het hof bekrachtigt het vonnis van de kantonrechter.