Rechtspraak
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden (Locatie Arnhem), 20 maart 2012
ECLI:NL:GHARN:2012:BW0210
Stichting Belang Zweefvliegers Terlet/Stichting Nationaal Zweefvliegcentrum Terlet
SZT vordert in dit kort geding KNVVL te gebieden om A en B in plaats van C en D te benoemen tot leden van het bestuur van SNZT. SZT grondt die vordering op het bindende voordrachtsrecht dat haar zou toekomen. De voorzieningenrechter heeft voorshands aannemelijk geacht dat SZT het recht heeft om twee kandidaat-bestuursleden voor benoeming in het bestuur van SNZT voor te dragen aan KNVVL, welke voordracht in beginsel bindend is voor KNVVL. Omdat het voordrachtsrecht naar het voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter echter geen betrekking heeft op de herbenoeming van de zittende bestuursleden van SNZT en voldoende vaststaat dat het zittende bestuur (waaronder de oorspronkelijk door SZT voorgedragen bestuurders De Bruine en Weesjes) tijdig is herbenoemd door KNVVL, heeft de voorzieningenrechter de vorderingen van SZT afgewezen. SZT is van deze uitspraak in hoger beroep gekomen stellende dat haar het bindende voordrachtsrecht ook toekomt bij herbenoeming van het zittende bestuur.
Het hof oordeelt als volgt. SZT heeft in de inleidende dagvaarding gesteld dat de inzet van het kort geding is te voorkomen dat SZT failleert. Dat wilde zij bewerkstelligen door haar invloed aan te wenden in het bestuur van SNZT teneinde dat bestuur ervan te overtuigen om een andere koers te varen in het tussen SZT en SNZT gerezen conflict. Ondertussen is, op 25 juli 2011, het faillissement van SZT uitgesproken. SZT heeft derhalve geen (spoedeisend) belang meer bij haar vordering.