Naar boven ↑

Rechtspraak

Albayrak/de Staat der Nederlanden (Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties)
Rechtbank Den Haag, 26 maart 2012
ECLI:NL:RBSGR:2012:BW0126

Albayrak/de Staat der Nederlanden (Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties)

Verbod tot publicatie onderzoeksresultaten commissie-Scheltema afgewezen

Bij arrest van het Hof Den Haag van 10 januari 2012 (AR 2012-44) is de non-actiefstelling van Albayrak opgeheven wegens onzorgvuldig handelen van het Centraal Orgaan Opvang Asielzoekers. Inmiddels is door minister Leers de commissie-Scheltema ingesteld voor nader onderzoek bij het COA. Naar aanleiding van het arrest van 10 januari 2012 zijn het COA en Albayrak met elkaar in overleg getreden. Dit overleg heeft erin geresulteerd dat Albayrak te kennen heeft gegeven haar werkzaamheden voor een korte periode op te schorten totdat het rapport van de commissie-Scheltema openbaar is gemaakt. In deze procedure stelt Albayrak zich op het standpunt dat de Staat jegens haar onrechtmatig handelt gelet op het volgende. Albayrak heeft geen reƫle mogelijkheid tot wederhoor, want zij heeft van de commissie-Scheltema op 9 maart 2012 slechts delen van het conceptrapport gekregen. Zij moet daarom in de gelegenheid worden gesteld om van het gehele rapport kennis te nemen om daarop haar reactie te kunnen geven. In de delen van het conceptrapport waarvan Albayrak kennis heeft kunnen nemen, zijn feiten aantoonbaar onjuist, tegenstrijdig en/of onbegrijpelijk door de commissie-Scheltema opgenomen. Daar komt bij dat Albayrak de voorgelegde onderzoeksresultaten niet kan beoordelen, omdat de commissie-Scheltema deze voor een groot deel baseert op verklaringen van anonieme gesprekspartners. Albayrak betwijfelt of de commissie-Scheltema die verklaringen goed in het rapport heeft weergegeven. Er zijn inmiddels diverse onderzoeken verricht die in het voordeel van Albayrak spreken, maar die resultaten zijn ten onrechte niet in het conceptrapport opgenomen. Daarentegen is het rapport-Hoffmann wel in het conceptrapport opgenomen terwijl Albayrak nog niet in de gelegenheid is gesteld om op het rapport-Hoffmann te reageren. Laatstgenoemd rapport bevindt zich ook nog in een conceptfase. Bovendien is het bureau Hoffmann te veel verbonden met het COA, zodat sprake lijkt van belangenverstrengeling. Het is derhalve onzorgvuldig van de commissie-Scheltema om het rapport-Hoffmann in haar conceptrapport te gebruiken. De onderzoeksscope van de opdracht aan de commissie-Scheltema is tijdens het onderzoek ten onrechte uitgebreid en verbreed. Het onderzoek behelst met name de persoon Albayrak en haar functioneren. Albayrak wordt enkel in de gelegenheid gesteld wederhoor te geven aan de achterdeur terwijl de commissie-Scheltema Albayrak aan de voordeur die gelegenheid zou moeten bieden. De commissie-Scheltema heeft gelet op het vorenstaande geen invulling gegeven aan het beginsel van hoor en wederhoor, fair play en equality of arms, zodat geconcludeerd moet worden dat het conceptrapport niet zorgvuldig tot stand is gekomen. Om deze redenen vordert Albayrak een verbod tot publicatie van het rapport en inzage in de achterliggende stukken.

De voorzieningenrechter oordeelt als voglt. Naar voorlopig oordeel heeft Albayrak niet aannemelijk gemaakt dat zij niet afdoende op het conceptrapport kan reageren, omdat zij niet alle delen daarvan heeft ontvangen. Onweersproken is immers dat de hoofdstukken 1 tot en met 5, het op haar betrekking hebbende onderdeel van hoofdstuk 6 en de bij het conceptrapport behorende bijlagen aan haar ter beschikking zijn gesteld. Dat zij de conclusies van hoofdstuk 6 die betrekking hebben op andere actoren niet heeft gekregen ligt in de rede. Albayrak heeft ook niet aannemelijk gemaakt waarom van belang zou zijn dat zij ook daarop kan reageren. Verder bevreemdt het niet dat hoofdstuk 7 niet is toegezonden als dat hoofdstuk bij toezending van het concept nog niet was ingevuld. Een en ander leidt tot het voorlopig oordeel dat het recht op wederhoor in dit verband niet is geschonden. De voorzieningenrechter is van oordeel dat niet aannemelijk is geworden dat de commissie-Scheltema op een onrechtmatige wijze gebruik heeft gemaakt van anonieme bronnen. De voorzieningenrechter overweegt dat het aan Albayrak toekomende recht op wederhoor niet zover reikt, dat zij door kennisname van de vertrouwelijke gespreksverslagen kan onderzoeken of de hiervoor bedoelde informatie in het conceptrapport juist is weergegeven. Albayrak moet ook zonder kennis van de inhoud van hiervoor bedoelde gespreksverslagen in staat worden geacht op het conceptrapport haar op- en aanmerkingen te geven. De voorzieningenrechter is van oordeel dat Albayrak niet aannemelijk heeft kunnen maken dat er redenen bestaan om eraan te twijfelen dat de commissie-Scheltema niet integer heeft gehandeld bij gebruikmaking van informatie uit voornoemde gespreksverslagen. Het belang van de aan de gesprekspartners toegezegde vertrouwelijkheid moet daarom zwaarder wegen dan het belang van Albayrak om ook van de vertrouwelijke stukken kennis te kunnen nemen. De commissie-Scheltema handelt aldus niet onrechtmatig jegens Albayrak door haar inzage in voornoemde stukken te weigeren. Ook de overige gronden kunnen niet tot toewijzing van het gevorderde leiden.