Rechtspraak
werknemer/KPMG Meijburg & Co BV
Werknemer is in 2007 als Senior Tax Manager in dienst getreden van KPMG Meijburg. Vanaf 1 oktober 2010 is hij werkzaam in de functie van directeur. Werknemer is gespecialiseerd in ‘transfer pricing’. In de arbeidsovereenkomst is een relatiebeding opgenomen. Op 15 mei 2011 heeft werknemer zijn arbeidsovereenkomst opgezegd en is hij als partner toegetreden tot Transfer Pricing Associates BV (TPA). Tussen KPMG Meijburg en werknemer is in geschil of het relatiebeding ook betrekking heeft op de aan relaties van KPMG Meijburg gelieerde vennootschappen en/of op de achterliggende cliënten van buitenlandse vestigingen van KPMG Meijburg aan welke vestigingen werknemer ten behoeve van een specifieke cliënt van die vestiging advies heeft uitgebracht. Verder stelt werknemer dat het relatiebeding onredelijk bezwarend is.
De kantonrechter oordeelt als volgt. In de transfer pricing-praktijk wordt kort gezegd advies aan een vennootschap gegeven over financiële prestaties in concernverband, welke prestaties raakvlakken met de Nederlandse fiscale wetgeving hebben. Hoewel formeel de opdracht voor het advies door een van de tot het concern behorende vennootschappen wordt gegeven, is het advies voor alle tot dat concern behorende vennootschappen, die ook bij die prestaties waarover advies wordt gegeven betrokken zijn, van belang. Ook de vennootschap aan wie werknemer via een buitenlandse vestiging van KPMG Meijburg heeft geadviseerd, valt onder het relatiebeding nu hij veelal rechtstreeks met die vennootschap contact zal hebben gehad, er kennelijk een aanknoping is met de Nederlandse fiscale wetgeving en KPMG Meijburg daarmee belang heeft om na het beëindigen van het dienstverband met werknemer die cliënt rechtstreeks of via de buitenlandse vestiging van KPMG te (blijven) adviseren. Voorts wordt geoordeeld dat toepassing van het relatiebeding niet onredelijk bezwarend is. KPMG Meijburg heeft de toepassing van het relatiebeding vergaand beperkt door het niet voor alle relaties – kennelijk circa 18.000 – maar 232 bedrijven te laten gelden. Werknemer heeft geen concrete feiten en omstandigheden gesteld waaruit kan worden afgeleid dat hij in de afgelopen periode van bijna een jaar in de uitoefening van zijn werkzaamheden voor TPA op onredelijke wijze is beperkt. Volgt afwijzing van de vorderingen.