Naar boven ↑

Rechtspraak

belanghebbende/Staatssecretaris van Financiën
Hoge Raad, 11 mei 2012
ECLI:NL:HR:2012:BW5408

belanghebbende/Staatssecretaris van Financiën

Prijs deelnemer De Gouden Kooi vormt loon uit dienstbetrekking. De omstandigheid dat derden middels sms de winnaar aanwezen, zodat veeleer sprake is van een kansspel, doet hieraan niet af

Belanghebbende nam in 2008 deel aan het televisieprogramma De Gouden Kooi. Hij woonde met andere deelnemers in een villa. Televisiebeelden van de bewoners waren 24 uur per dag via media voor het publiek toegankelijk. Talpa productions B.V., de producent van het programma, betaalde hem € 1.000 voor iedere maand die hij in De Gouden Kooi doorbracht. Belanghebbende is via sms-stemming aangewezen als winnaar van het programma en heeft daarmee de hoofdprijs van € 1.351.000 gekregen. Talpa heeft op de prijs bijna € 454.000 loonbelasting ingehouden. Belanghebbende heeft daartegen bezwaar gemaakt. Het Hof ’s-Gravenhage oordeelde op 22 juni 2011 dat de arbeidsverhouding tussen Talpa en belanghebbende moet worden aangemerkt als een dienstbetrekking en het winnen van de hoofdprijs, in die context, als loon. Belanghebbende heeft cassatieberoep ingesteld bij de Hoge Raad. Hij stelt zich op het standpunt dat hij de hoofdprijs niet heeft verkregen uit zijn dienstbetrekking bij Talpa, maar uit een kansspel waarbij de televisiekijkers de winnaar hebben aangewezen.

De Hoge Raad oordeelt als volgt. Niet in geschil is dat tussen partijen sprake is geweest van een dienstbetrekking. Het middel betoogt dat indien een prijs zowel loon uit dienstbetrekking zou kunnen zijn als een prijs uit een kansspel, bepaald zal moeten worden uit hoofde waarvan de werknemer de uitkering of verstrekking van zijn werkgever ontvangt. Geen sprake van loon is er, zo vervolgt het middel, indien de oorsprong van de ontvangsten niet zozeer haar grond vindt in de dienstbetrekking, maar veeleer in een door de werkgever georganiseerd kansspel. In de uitspraak van het hof ligt het oordeel besloten dat belanghebbende het recht op de prijs uit hoofde van zijn deelname aan het programma ontleende aan de overeenkomst, en niet aan enige andere rechtsverhouding met Talpa. Dat oordeel geeft geen blijk van een onjuiste rechtsopvatting, en behoefde geen nadere motivering. Nu deze overeenkomst, naar in cassatie niet in geschil is, moet worden aangemerkt als arbeidsovereenkomst, volgt dat de prijs een voordeel vormt dat Talpa als werkgever heeft verstrekt op grond van een uit die arbeidsovereenkomst voortvloeiende verplichting. Het hof heeft daarom terecht geoordeeld dat dit voordeel is aan te merken als een voordeel dat is genoten uit dienstbetrekking en daarom is aan te merken als loon in de zin van artikel 10, lid 1, van de Wet op de loonbelasting 1964 (vgl. HR 8 februari 2008, nr. 43514, LJN BB3896, BNB 2008/82). Hierbij doet niet ter zake of belanghebbende, zoals de toelichting op het middel stelt, redelijkerwijs geen (afdoende) invloed kon uitoefenen op zijn kans om de prijs te winnen. Evenmin doet ter zake of sprake was van een kansspel.