Naar boven ↑

Rechtspraak

Rasmussen/Rabo Wielerploegen B.V.
Gerechtshof Amsterdam, 19 juni 2012
ECLI:NL:GHAMS:2012:BW8595

Rasmussen/Rabo Wielerploegen B.V.

Vervolg Rasmussen-zaak. Heeft Rabo onverwijld opgezegd wegens een dringende reden? Aanhouding voor nader bewijs

Rasmussen is op 1 januari 2003 bij Rabo in dienst getreden als beroepswielrenner tegen een laatstgenoten salaris van € 70.833,33 per maand inclusief vakantietoeslag en exclusief overige emolumenten. Rasmussen was telkens op grond van een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd bij Rabo werkzaam. Partijen hebben laatstelijk op 24 november 2005 een (derde) arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd gesloten voor de duur van twee jaar, ingaande 1 januari 2006, die zou eindigen per 31 december 2007. Op 26 juli 2007 is werknemer op staande voet ontslagen, wegens het overtreden van de zogenoemde ‘whereabouts’-melding aan de UCI (Union Cycliste Internationale) in het kader van onder meer de antidopingregeling, en het onjuist inlichten van de Rabo over zijn ‘whereabouts’, te weten dat hij, voorafgaande aan de door Rabo (in de periode van 25 tot en met 29 juni 2007) georganiseerde training in de Pyreneeën, in Mexico verbleef om zich op de Tour de France voor te bereiden, terwijl dit ten aanzien van ten minste één dag (13 juni 2007) niet het geval was. In plaats van de opgeven plaats in Mexico, was Rasmussen gesignaleerd in de Dolomieten. Rabo heeft gefixeerde schadevergoeding van Rasmussen gevorderd. Rasmussen vordert op zijn beurt gefixeerde schadevergoeding en schadevergoeding wegens kennelijk onredelijk ontslag.

Het hof oordeelt als volgt. De centrale vraag die partijen verdeeld houdt is of Rabo reeds voor 26 juli 2007 op de hoogte was van de aan Rasmussen verweten dringende reden. Volgens Rasmussen is dit het geval (namelijk uiterlijk op 3 juli) zodat het ontslag op staande voet niet onverwijld is verleend. Het hof ziet aanleiding Rabo in staat te stellen haar standpunt nader te bewijzen. Volgt aanhouding van de zaak.