Naar boven ↑

Rechtspraak

werknemer/A. c.s.
Rechtbank Rotterdam, 13 juni 2012
ECLI:NL:RBROT:2012:BW9061

werknemer/A. c.s.

Werknemer raakt als gevolg van grappig bedoelde duw door collega die in dienst is van onderaannemer blijvend arbeidsongeschikt. Hoofdelijke aansprakelijkheid onderaannemer, verzekeraar en werkgever

Werknemer was in dienst als metselaar. Werknemer heeft in 2009 in het kader van de renovatie van een pand met persoon X die in dienst is van een onderaannemer van werkgever gewerkt. Tijdens de schafttijd is werknemer bij wijze van grap door X geduwd. Werknemer is hierdoor ten val gekomen waarbij hij letsel heeft opgelopen aan zijn sleutelbeen. Werknemer is hierdoor blijvend arbeidsongeschikt geraakt en zijn arbeidsovereenkomst is beëindigd. Thans stelt werknemer de onderaannemer, Aegon en werkgever aansprakelijk voor zijn schade.

De rechtbank oordeelt als volgt. Er is sprake van een toerekenbare onrechtmatige daad van X jegens werknemer. X kon en behoorde er rekening mee te houden dat werknemer op een stoel op een schuine en gladde ondergrond zat en dat werknemer terwijl hij rustig zat te lunchen volstrekt niet bedacht zou zijn op een plotselinge duw tegen zijn linkerschouder. Dat X slechts beoogde een grapje te maken en niet de intentie had om werknemer letsel toe te brengen, doet aan het onrechtmatig handelen niet af. Voor wat betreft de vereiste mate van voorzienbaarheid ligt het niet in de rede hoge eisen te stellen. Er bestaat in deze context, anders dan in geval van bijvoorbeeld een ongeval tijdens belangeloze hulpverlening van de ene particulier aan de ander, of bij sport- en spelsituaties, geen reden om een hoge drempel voor het aannemen van aansprakelijkheid te hanteren. Het beroep op een ongelukkige samenloop van omstandigheden faalt. In dit geval is namelijk onrechtmatig gehandeld doordat de mogelijkheid van het ontstaan van schade als gevolg van de duw voorzienbaar was. Ook aan de overige vereisten van artikel 6:170 BW is voldaan. De stelling dat werknemer eigen schuld is te verwijten omdat werknemer zijn stoel kennelijk niet op een voldoende veilige wijze heeft geplaatst, is onvoldoende onderbouwd. De onderaannemer en Aegon zijn hoofdelijk aansprakelijk voor de schade van werknemer.

Ten aanzien van de aansprakelijkheid van werkgever ex artikel 7:658 BW wordt overwogen dat vaststaat dat werknemer in de uitoefening van zijn werkzaamheden schade heeft geleden. Werkgever heeft niet aan zijn zorgplicht voldaan. Werkgever heeft aangevoerd dat er op 2 april 2009 een uitbundige sfeer heerste. Het is juist in een dergelijke situatie dat van een werkgever mag worden verwacht dat deze zodanige aanwijzingen verstrekt en zodanig toezicht houdt dat de op het werk aanwezige personen in een dergelijke sfeer voldoende aandacht houden voor de veiligheid van zichzelf en van hun collega’s. Hieraan heeft werkgever niet voldaan. Dat X niet in dienst was van werkgever, maar van de onderaannemer doet hier niet aan af. Ook werkgever is hoofdelijk aansprakelijk voor de schade van werknemer.