Naar boven ↑

Rechtspraak

werkneemster/Parmalux B.V.
Rechtbank Noord-Holland (Locatie Haarlem), 20 juli 2012
ECLI:NL:RBHAA:2012:BX5750

werkneemster/Parmalux B.V.

Onvoldoende grond voor verlenging schorsing. Parmalux maakt het te bont door aan alle groothandels en belangstellenden te schrijven dat de arbeidsovereenkomst met werkneemster is beëindigd, terwijl de arbeidsovereenkomst nog bestaat. Toewijzing wedertewerkstelling

Werkneemster is sinds 1998 in dienst van Parmalux, laatstelijk als traffic manager. Op 24 mei 2012 is zij voor twee weken geschorst, omdat zij zich negatief zou hebben uitgelaten over Parmalux. Op 8 juni 2012 is werkneemster medegedeeld dat de schorsing wordt verlengd en dat zij een beëindigingsovereenkomst zal ontvangen. Op 28 juni 2012 heeft Parmalux aan alle groothandels en belangstellenden geschreven dat de arbeidsovereenkomst met werkneemster per 1 juni is beëindigd. Op 16 juli 2012 heeft Parmalux het UWV WERKbedrijf verzocht toestemming te verlenen voor opzegging wegens bedrijfseconomische redenen. Thans verzoekt werkneemster wedertewerkstelling.

De kantonrechter oordeelt als volgt. Ook al zou er op 24 mei 2012 een gegronde reden zijn geweest om tot schorsing van werkneemster over te gaan, in ieder geval bestond die reden er niet meer nadat de schorsingsperiode van twee weken voorbij was. Parmalux kon niet eenvoudig in een gesprek op 8 juni 2012 mededelen dat de schorsing werd verlengd, zonder daaraan zwaarwegende omstandigheden ten grondslag te leggen die een dergelijk disciplinair ingrijpen rechtvaardigen. Parmalux heeft het helemaal te bont gemaakt door op 28 juni 2012 aan ‘Alle groothandels en andere belangstellenden’ te schrijven dat het dienstverband met werkneemster per 1 juni is beëindigd. De kantonrechter kan niet anders dan vaststellen dat dit apert onjuist is. Immers, er is geen ontbinding van de arbeidsovereenkomst uitgesproken, er heeft geen rechtens geldig ontslag op staande voet plaatsgevonden, terwijl voorts uit de aanvraag voor een ontslagvergunning van 16 juli 2012 blijkt dat Parmalux op die datum ook zelf van mening was dat de arbeidsovereenkomst nog bestaat. Werkneemster heeft wel degelijk reputatieschade opgelopen. Volgt toewijzing van de vordering tot wedertewerkstelling.