Naar boven ↑

Rechtspraak

werkneemster/Copacabana B.V
Rechtbank Limburg, 30 juli 2012
ECLI:NL:RBMAA:2012:BX7327

werkneemster/Copacabana B.V

Loondoorbetalingsverplichting tijdens loonsanctie. Niet aannemelijk dat werkneemster onvoldoende re-integratie-inspanningen heeft verricht. Restitutierisico niet aanwezig

Werkneemster is sinds 1999 in dienst van Copacabana. Sinds maart 2010 is zij arbeidsongeschikt. In maart 2012 heeft Copacabana een loonsanctie opgelegd gekregen. Tegen dit besluit van het UWV heeft Copacabana bezwaar gemaakt. Copacabana heeft de loondoorbetaling aan werkneemster gestopt, omdat zij zonder deugdelijke grond weigert mee te werken aan het evalueren van het plan van aanpak. Thans vordert werkneemster loondoorbetaling.

De kantonrechter oordeelt als volgt. Werkneemster heeft een spoedeisend belang, omdat zij financiƫle problemen ondervindt doordat zij geen loon meer ontvangt. Het door Copacabana tegengeworpen restitutierisico wordt niet aanwezig geacht. Als mocht blijken dat de loonsanctie ten onrechte is opgelegd, maakt werkneemster hoogstwaarschijnlijk aanspraak op een WIA-uitkering. Nu het maandelijkse loonbedrag bescheiden van omvang is, zal alsdan het onverschuldigd doorbetaalde door werkneemster kunnen worden terugbetaald. Dat werkneemster, zoals Copacabana tegenwerpt, het onverschuldigd betaalde loon geheel dan wel grotendeels zal hebben verteerd, maakt dit niet anders.

Het aantekenen van bezwaar tegen de loonsanctie heeft geen schorsende werking. Om onder de loonbetalingsverplichting uit te komen, had Copacabana op zijn minst aannemelijk moeten maken dat de bestuursrechtelijke beslissing zodanig buiten de realiteit staat dat in een eventuele latere civielrechtelijke bodemprocedure tussen partijen de rechter met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid tot het oordeel zal komen dat werkneemster jegens Copacabana geen enkel recht op loon meer heeft sinds 18 maart 2012. Dat had niet alleen gevergd dat Copacabana met documenten onderbouwd had dat en hoe zij aan haar re-integratieverplichtingen als werkgeefster heeft voldaan, maar ook dat werkneemster van haar kant niet heeft voldaan aan de op haar, als zieke werkneemster, rustende verplichtingen om mee te werken aan haar re-integratie en Copacabana dus op goede gronden de uitbetaling van loon heeft gestaakt. Copacabana heeft echter in het re-integratietraject slecht met werkneemster gecommuniceerd en een afwachtende houding aangenomen. Er is geen aanvang gemaakt met re-integratie in het tweede spoor. Onvoldoende aannemelijk is geworden dat de re-integratie-inspanningen van Copacabana voldoende waren. Bovendien is niet aannemelijk geworden dat werkneemster onvoldoende re-integratie-inspanningen heeft verricht. Volgt toewijzing van de loonvordering.