Rechtspraak
werkneemster/Manjefiek B.V.
Werkneemster is op 24 februari 2012 voor de duur van twee jaar in dienst getreden van Manjefiek. Op de arbeidsovereenkomst is de CAO Horecabedrijf van toepassing. Werkneemster heeft zich op 18 mei 2012 in overspannen toestand ziek gemeld. Door de bedrijfsarts en de verzekeringsarts van het UWV in het kader van een deskundigenoordeel is zij volledig arbeidsongeschikt geacht. Zij is niet in staat om haar werkzaamheden te hervatten, mede als gevolg van spanningen op het werk. Sinds mei 2012 heeft werkneemster geen loon meer ontvangen. Zij heeft een loonvordering ingesteld. Manjefiek stelt dat zij haar loonbetalingsverplichting heeft opgeschort, omdat werkneemstergeen gehoor geeft aan haar oproep om eens met elkaar te gaan praten en zij daardoor haar re-integratieverplichtingen niet nakomt.
De kantonrechter oordeelt als volgt. Niet gesteld of gebleken is dat Manjefiek werkneemster ex artikel 7:629 lid 7 BW onverwijld ervan in kennis heeft gesteld dat zij de betaling van het loon zal opschorten en waarom. Reeds op deze grond dient het beroep van Manjefiek op opschorting van de loonbetalingsverplichting te worden verworpen. Het verweer van Manjefiek dat werkneemster niet heeft meegewerkt aan haar re-integratieverplichtingen, kan dan ook verder onbesproken blijven. De vorderingen van werkneemster worden toegewezen. De gevorderde dwangsom voor de loondoorbetalingsverplichting wordt op grond van artikel 611a lid 1 Rv afgewezen.