Naar boven ↑

Rechtspraak

Abvakabo FNV c.s./Koninklijke PostNL B.V. c.s.
Rechtbank Den Haag, 17 oktober 2012
ECLI:NL:RBSGR:2012:BY0326

Abvakabo FNV c.s./Koninklijke PostNL B.V. c.s.

Vakbonden hebben in kort geding onvoldoende spoedeisend belang bij uitleg voorwaardelijke pensioenregeling

De vakbonden Abvakabo FNV, CNV Publieke Zaak en BVPP zijn onderhandelingspartners bij de totstandkoming van collectieve regelingen van PostNL. In verband met de inwerkingtreding van de Wet VPL per 1 januari 2006 is een akkoord gesloten. Een van de nieuwe overgangsregelingen in het akkoord is de zogenaamde voorwaardelijke pensioenregeling. Thans verschillen de vakbonden en PostNL van mening over de uitleg van deze regeling. De vakorganisaties vorderen PostNL te veroordelen om haar besluit om de aanspraken op voorwaardelijk pensioen, voor zover ingaand na 1 november 2011, aan te passen aan de arbeidsomvang en het bijbehorende salaris, op te schorten totdat zij daarover met de vakorganisaties een akkoord heeft bereikt dan wel totdat daarover in een bodemprocedure zal zijn beslist.

De kantonrechter oordeelt als volgt. De vakorganisaties hebben onvoldoende spoedeisend belang bij hun vordering in kort geding. Dat zij zelf kennelijk lange tijd nodig hebben gehad om zich de gevolgen van de aanpassing van het voorwaardelijk pensioen voor deeltijdwerkers te realiseren ligt in de risicosfeer van de vakorganisaties en maakt hun vordering niet spoedeisend. Ook is door de vakorganisaties niet, althans onvoldoende, duidelijk gemaakt voor hoeveel werknemers die op korte termijn met pensioen gaan – los van de werknemers waarvoor het sociaal plan bij de reorganisatie geldt – de gevolgen van de door PostNL voorgestane interpretatie van het voorwaardelijk pensioen zou gelden. Verder is van enige ‘beroering’ (wat daaronder ook zou moeten worden verstaan) bij de werknemers op geen enkele wijze gebleken. Ten slotte bleek ter zitting dat het moment waarop de dagvaarding in de bodemzaak zou moeten worden uitgebracht, nog niet duidelijk was. Deze weinig voortvarende proceshouding van de vakorganisaties duidt evenmin op een spoedeisend karakter van de onderhavige zaak. Volgt afwijzing van de vordering.