Naar boven ↑

Rechtspraak

werknemer/Stichting Tabor College
Rechtbank Noord-Holland, 17 september 2012
ECLI:NL:RBALK:2012:BY2873

werknemer/Stichting Tabor College

Afspraak dat Bapo-verlof mag worden gespaard blijft van kracht na wijziging CAO-VO op dit punt. Cao is minimum-cao, waarvan ten voordele van werknemer mag worden afgeweken

Werknemer is in 1975 in dienst getreden van (een rechtsvoorganger van) Tabor. Thans is werknemer voorzitter van de raad van bestuur. Op de arbeidsovereenkomst is de cao voor het voortgezet onderwijs (CAO-VO) van toepassing. In de cao is de zogenaamde Bapo-regeling (Bevordering Arbeidsparticipatie Ouderen) opgenomen. De Bapo-regeling is per 1 augustus 2005 gewijzigd in die zin dat het niet langer mogelijk is om Bapo-verlofuren die gedurende een jaar zijn opgebouwd te sparen en naar een volgend jaar mee te nemen. Thans stelt werknemer dat in 2000 besloten is dat het voor Tabor onwenselijk was dat de directieleden minder zouden gaan werken. Afgesproken is toen dat Bapo-verlof zou worden gespaard. De wijziging van de Bapo-regeling brengt hierin geen verandering omdat de cao niet dwingendrechtelijk is op dit punt, aldus werknemer.

De kantonrechter oordeelt als volgt. Partijen hebben in 2000 afgesproken dat het Bapo-verlof zou worden gespaard. De te beantwoorden vraag is nu of deze afspraak door de wijziging van de Bapo-regeling per augustus 2005 is komen te vervallen. Vaststaat dat ongewijzigde instandhouding van de afspraak uit 2000, het sparen van niet-opgenomen Bapo-verlof in strijd is met de tekst van de cao. Uit de cao blijkt dat de cao op het punt van de Bapo-regeling een minimumkarakter heeft, waarvan ten gunste van de werknemer kan worden afgeweken. De afspraken uit 2000 zijn vanaf het moment dat de Bapo-regeling wijzigde doorgelopen. Dat de tekst van de cao voor Tabor leidend was, heeft zij onvoldoende aannemelijk gemaakt. Immers, ook in 2007 en 2008 toen partijen spraken over het wegwerken van opgespaard Bapo-verlof was het voorstel van Tabor tot uitbetaling en de uiteindelijke gemaakte afspraak tot uitbreiding van het dienstverband in strijd met de tekst van de cao. Conform de afspraak uit 2000 heeft werknemer het recht zijn Bapo-verlof op te sparen en voorafgaand aan zijn pensionering op te nemen. Nu het door tijdsverloop niet meer lukt om die Bapo-uren (in totaal 1730 uur) op te nemen, brengen de normen van goed werkgeverschap mee dat werknemer aanspraak kan maken op uitbetaling van de Bapo-uren die hij niet heeft kunnen opnemen.