Rechtspraak
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 27 november 2012
ECLI:NL:GHARN:2012:BY4180
werknemer/N.V. Schadeverzekering Metaal en Technische Bedrijfstakken
Werknemer was in 1996 als heftruckchauffeur in loondienst bij Van Gulik Coatings B.V. Als werkgever in de metaal en techniek heeft deze op grond van een algemeen verbindend verklaarde CAO Aanvullend Invaliditeitspensioen Metaalnijverheid (CAO AVIM) voor een aanvullende arbeidsongeschiktheidsuitkering een collectieve verzekering gesloten bij de Schade N.V. Met ingang van 21 maart 1998 heeft werknemer een WAO-uitkering op basis van 80-100% arbeidsongeschiktheid ontvangen. Vanaf deze datum betaalde de Schade N.V. onder de verzekering een aanvullende arbeidsongeschiktheidsuitkering. Per 23 april 1998 is werknemer ontslagen. Bij besluit van 2003 heeft het UWV het arbeidsongeschiktheidspercentage van werknemer op kleiner dan 15 gesteld en zijn WAO-uitkering ingetrokken. Schade N.V. heeft de aanvullende verzekering stopgezet. In 2006 valt werknemer opnieuw uit wegens arbeidsongeschiktheid en doet hij –- naar analogie van artikel 43a WAO – een beroep op herleving van zijn WAO-uitkering en aanvullende verzekering. Schade N.V. weigert deze aanvullende verzekering uit te keren, omdat werknemer geen verzekerde meer is.
Het hof oordeelt als volgt. Artikel 3 lid 1 van het uitkeringsreglement beoogt onmiskenbaar te waarborgen dat de (gewezen) werknemer op de dag van de eerste ziekmelding bij de Schade N.V. was verzekerd. De dag van de eerste ziekmelding is in het reglement niet gedefinieerd. Ingevolge artikel 8 lid 1 onder a van het reglement had werknemer zijn recht op uitkering verloren door het besluit van 23 april 2003 van het UWV, waarbij werknemer niet langer arbeidsongeschikt werd geacht. Het kan niet zo zijn en werknemer mocht in redelijkheid niet verwachten dat een latere ziekmelding tot gevolg zou hebben dat het invaliditeitspensioen alsnog over een eerdere periode moest worden uitgekeerd. Voor een hervatting van het invaliditeitspensioen per datum ziekmelding (6 november 2006) of vier weken nadien (4 december 2006) eist artikel 3 lid 1 dat werknemer nog bij de Schade N.V. was verzekerd. De enkele omstandigheid dat hij na zijn ontslag nog een invaliditeitspensioen ontving, betekent niet dat hij nog was verzekerd. In overeenstemming hiermee bepaalt artikel 4 lid 4, tweede volzin van het uitkeringsreglement dat een toename van de mate van arbeidsongeschiktheid alleen dan tot een aanpassing van het invaliditeitspensioen leidt, indien de gedeeltelijk arbeidsongeschikte op de ingangsdatum van de toename bij de Schade N.V. verzekerd was. Dit geldt dan eens te meer voor de situatie dat de arbeidsongeschiktheid per 10 april 2003 was afgenomen tot minder dan 15% en (voortkomend uit dezelfde oorzaak) weer toenam tot 80-100% per 6 november 2006. Het komt er dus op neer dat de verzekerde WAO-gatuitkering na afname of beëindiging van de arbeidsongeschiktheid slechts bij een toename van arbeidsongeschiktheid weer kan worden hervat indien de uitkeringsgerechtigde bij de aanvang daarvan via enige werkgever in de metaal en techniek was verzekerd bij de Schade N.V. Dat was werknemer echter niet meer op 6 november 2006.