Naar boven ↑

Rechtspraak

Baanbereik B.V./werkneemster
Rechtbank Noord-Holland, 16 juli 2012
ECLI:NL:RBALK:2012:BY5789

Baanbereik B.V./werkneemster

Ontbinding arbeidsovereenkomst intercedente. Ontbreken verbetertraject na disfunctioneren. Gebondenheid aan concurrentie- en relatiebeding wordt bij het vaststellen van de ontbindingsvergoeding buiten beschouwing gelaten

Werkneemster is in 2010 in dienst getreden van Baanbereik. Laatstelijk is zij werkzaam als intercedente. Thans verzoekt Baanbereik ontbinding wegens disfunctioneren. Werkneemster blijft qua omzet en marge sterk achter bij haar collega’s. Verder heeft Baanbereik erop gewezen dat werkneemster geen bonnetjes inlevert, regelmatig te laat komt, gewerkte uren onjuist registreert, privéafspraken maakt onder werktijd, hogere belkosten heeft dan haar collega’s en afspraken niet nakomt.

De kantonrechter oordeelt als volgt. Nu een vruchtbare samenwerking niet meer mogelijk is, wordt de arbeidsovereenkomst ontbonden. Baanbereik heeft op zichzelf wel aannemelijk gemaakt dat de omzet en marge van werkneemster achterblijft bij die van haar collega’s. Dit levert echter nog geen zodanig verwijtbaar disfunctioneren op dat dit een beëindiging van de arbeidsovereenkomst kan rechtvaardigen. Werkneemster heeft namelijk onvoldoende de gelegenheid gekregen haar functioneren te verbeteren. Baanbereik heeft de verdere kritiekpunten op het functioneren van werkneemster onvoldoende aannemelijk gemaakt. Er wordt een vergoeding toegekend met C=2. Werkneemster stelt dat een hogere ontbindingsvergoeding gerechtvaardigd is, vanwege het overeengekomen concurrentie- en relatiebeding. Vooropgesteld moet worden dat bij de vaststelling van de ontbindingsvergoeding in beginsel alle daarvoor relevante factoren en omstandigheden worden meegewogen, waartoe ook kan behoren de omstandigheid dat de werknemer gebonden is aan een concurrentie- en relatiebeding. Echter, in dit geval beschikt de kantonrechter over onvoldoende gegevens om te bepalen in hoeverre die gebondenheid moet worden meegewogen bij vaststelling van de vergoeding en partijen hebben zich daarover ook niet, althans onvoldoende uitgelaten. Deze omstandigheid  wordt derhalve buiten beschouwing gelaten bij de vaststelling van de vergoeding. Zo nodig kunnen partijen in het kader van artikel 7:653 BW het concurrentie- en relatiebeding in een aparte procedure aan de orde te stellen.