Rechtspraak
werkneemster/werkgever
Werkneemster is in 1998 in dienst getreden als verkeermedewerker. Zij verrichtte haar werkzaamheden op het hoofdkantoor van werkgever in Praia op de Kaapverdische Eilanden. Met ingang van 8 juni 2009 is een nieuw contract voor de duur van één jaar tussen partijen gesloten voor de functie ‘Sales Ticketing and Reservation Agent’ in Rotterdam. Na een jaar wordt deze arbeidsovereenkomst stilzwijgend voortgezet. Werkgever heeft te kennen gegeven dat de arbeidsovereenkomst op 7 juni 2012 eindigt en dat werkneemster op 11 juni 2012 weer op het kantoor in Kaapverdië wordt verwacht. Werkneemster stelt dat de arbeidsovereenkomst niet rechtsgeldig is beëindigd en vordert wedertewerkstelling in Rotterdam.
De kantonrechter oordeelt als volgt. De onderhavige zaak betreft een geschil tussen een Kaapverdische werkneemster met woonplaats in Nederland en een op de Kaapverdische Eilanden gevestigde onderneming, over arbeid die laatstelijk in het Nederlandse filiaal van werkgever werd verricht. Op grond van artikel 18 lid 2 in verbinding met artikel 2 lid 1 van de EEX-Verordening (nr. 44/2001) is de Nederlandse rechter in dit geval bevoegd om van het geschil kennis te nemen. Werkneemster heeft vanaf 8 juni 1998 op de Kaapverdische Eilanden gewerkt op grond van een arbeidsovereenkomst die vanaf 19 december 2003 voor onbepaalde tijd gold. Er is geen aanleiding om aan te nemen dat op deze overeenkomst niet het Kaapverdische recht van toepassing was. Voorshands is aannemelijk geworden dat de arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd is blijven bestaan en de expatovereenkomsten van 22 augustus 2005 en 8 juni 2009 slechts tijdelijke aanpassingen van deze voortdurende arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd zijn. Dit oordeel is gebaseerd op het feit dat partijen bij het addendum onder e bij de eerste expatovereenkomst uitdrukkelijk zijn overeengekomen dat de uitzending naar Nederland voor tijdelijke duur is en dat werkneemster aan het einde van de overeenkomst zou terugkeren naar Kaapverdië om haar oorspronkelijke werkzaamheden uit te voeren. Bij terugkeer in Kaapverdië begin 2008 heeft werkneemster haar oude werkzaamheden hervat, kennelijk zonder dat hiervoor een nieuwe arbeidsovereenkomst gesloten is. Het niet opnieuw voortzetten van de expatovereenkomst van 2009 heeft daarom niet tot gevolg dat ook de oorspronkelijke arbeidsovereenkomst naar Kaapverdisch recht eindigt. Het is dan ook niet aannemelijk dat er sprake is van een ontslag, waardoor de vraag of werkgever de arbeidsovereenkomst conform het Nederlandse recht op had moeten zeggen, negatief moet worden beantwoord. Volgt afwijzing van de vordering.