Naar boven ↑

Rechtspraak

werknemer/X Management & Merchandising B.V.
Rechtbank Noord-Holland, 14 december 2012
ECLI:NL:RBHAA:2012:BZ0128

werknemer/X Management & Merchandising B.V.

Werknemer is in dienst getreden als commercieel verantwoordelijke voor het vermarkten van Laaf-producten. Door de activiteiten te wijzigen in spaar- en promotieconcepten wordt een ruimere en andere markt bediend, waardoor het concurrentiebeding aanmerkelijk zwaarder is gaan drukken

Werknemer is in 1996 in dienst getreden van X Beheer als manager. In de arbeidsovereenkomst is een concurrentiebeding opgenomen. In 1997 is X Beheer Laaf Products geworden. Laaf Products is een onderneming die Laaf-producten (Eftelingkabouters) op de markt brengt. In 2001 is werknemer algemeen en statutair directeur van de werkmaatschappijen geworden en is Laaf Products VM&M geworden. Kern van het geschil is of het concurrentiebeding aanmerkelijk zwaarder is gaan drukken.

De voorzieningenrechter oordeelt als volgt. Noch de benoeming tot algemeen directeur, noch de formele benoeming als statutair gevolmachtigd directeur is aan te merken als een ingrijpende functiewijziging. Werknemer en X voerden van meet af aan gezamenlijk de dagelijkse leiding van Laaf Products/VM&M en de functiewijziging lag in de lijn der verwachtingen.

In 2003-2004 heeft VM&M, vanwege geslonken populariteit van de Laaf-producten, haar heil gezocht in andere activiteiten, door VM&M omschreven als spaar-, (sales)promotie- en loyaliteitsconcepten. Als gevolg van deze wijziging in activiteiten is het concurrentiebeding aanmerkelijk zwaarder gaan drukken. Werknemer is immers in dienst getreden als commercieel verantwoordelijke voor het vermarkten van de Laaf-producten. Met het oog op die activiteiten is het concurrentiebeding gesloten. Bij met die activiteiten concurrerende werkzaamheden valt hooguit te denken aan de handel in andere tuinkabouters of andere tuin- of interieurbeeldjes naar een bepaald concept en de eventuele aanverwante producten. Voldoende aannemelijk is geworden dat het ontwikkelen van en de handel in spaar- of promotieconcepten dat niet is. Bovendien is voldoende aannemelijk geworden dat VM&M met deze activiteiten een ruimere en andere markt bedient dan zij deed met de Laaf-producten en dat er zeer veel andere bedrijven zijn die iets dergelijks doen. Daardoor belemmert het in 1996 gesloten concurrentiebeding, indien het onverkort zou gelden voor activiteiten op een terrein gelijk aan of anderszins concurrerend met die van VM&M nu, werknemer aanzienlijk meer in het vinden van een nieuwe werkkring dan toen hij in dienst trad. Het concurrentiebeding wordt geschorst voor zover het betrekking heeft op de nieuwe activiteiten.