Rechtspraak
Rechtbank Rotterdam, 6 februari 2013
ECLI:NL:RBROT:2013:BZ2568
Novisource Insurance Business Consultancy B.V./werknemer
Werknemer is sinds 2009 op basis van een arbeidsovereenkomst in dienst van NIBC als statutair bestuurder. In de arbeidsovereenkomst is een relatiebeding opgenomen. De arbeidsovereenkomst is per 1 juli 2010 beëindigd. NIBC stelt thans dat werknemer het relatiebeding heeft overtreden en vordert betaling van verbeurde boetes. In reconventie vordert werknemer vernietiging van het relatiebeding.
De rechtbank oordeelt als volgt. Niet is komen vast te staan dat partijen in de vaststellingsovereenkomst zijn overeengekomen dat het relatiebeding buiten toepassing zou blijven. De vordering in reconventie wordt getoetst aan artikel 7:653 BW en wordt afgewezen. Werknemer wordt niet onbillijk benadeeld door het relatiebeding. Volgens NIBC heeft werknemer het relatiebeding overtreden door na de beëindiging van de arbeidsovereenkomst in dienst te treden bij ASR als programmamanager Sparen&Beleggen. Niet in geschil is dat ASR een relatie en tevens een opdrachtgever was van NIBC ten tijde van de beëindiging van de arbeidsovereenkomst. Door vanaf maart 2011 in dienst te treden bij ASR heeft werknemer het relatiebeding overtreden. Hieraan kan niet afdoen de stelling van werknemer dat hij er ‘redelijkerwijs’ van ‘mocht’ ‘uitgaan’ dat ASR uitsluitend zijn eigen relatie was en het relatiebeding dus niet van toepassing was op ASR. Dat NIBC hiervoor gerechtvaardigd vertrouwen ex artikel 3:35 BW zou hebben opgewekt, wordt niet gevolgd. Evenmin is komen vast te staan dat werknemer er gerechtvaardigd op mocht vertrouwen dat NIBC er geen bezwaar tegen zou hebben wanneer hij na zijn uitdiensttreding bij NIBC zijn zakelijke contacten met ASR zou voortzetten en/of in dienst zou treden bij ASR als programmamanager Sparen&Beleggen. Werknemer heeft niet gesteld dat hij ook tijdens zijn dienstverband bij NIBC, dus in de periode 1 juni 2009 tot 1 juli 2010, werkzaamheden verrichtte voor ASR (waarmee hij dan overigens wellicht in strijd zou hebben gehandeld met het in verbod op nevenwerkzaamheden) en dat NIBC daarvan op de hoogte was maar dat niettemin gedoogde. De gevorderde boete van € 200.000 wordt gematigd tot € 50.000. In het voordeel van werknemer wordt meegewogen dat NIBC geen schade heeft geleden, de omstandigheid dat NIBC het initiatief heeft genomen voor beëindiging van de arbeidsovereenkomst en de betrekkelijk korte duur van de arbeidsovereenkomst, namelijk ongeveer één jaar.