Naar boven ↑

Rechtspraak

CNV Publieke Zaak c.s./Veiligheidsregio Zuid Limburg c.s.
Rechtbank Limburg, 4 maart 2013
ECLI:NL:RBLIM:2013:BZ2977

CNV Publieke Zaak c.s./Veiligheidsregio Zuid Limburg c.s.

Er is geen onderhandelaarsakkoord bereikt tussen Brandweer en vakbonden over sociaal plan, 16/18-regeling en harmonisatie van arbeidsvoorwaarden. Vakbonden zijn niet akkoord gegaan met eindbod onder de voorwaarde dat de meerderheid van de leden zou instemmen. Brandweer mag geen uitvoering geven aan eindbod

In de Overlegregeling Georganiseerd Overleg is geregeld op welke wijze de bonden en de Brandweer in de commissie voor het georganiseerd overleg (hierna: de commissie) met elkaar in overleg treden. In de commissie is overleg gevoerd over een sociaal plan, de 16/18-regeling bij de kazerne Sittard en over harmonisatie van arbeidsvoorwaarden. Nadat de Brandweer een eindbod heeft gedaan, is dit door de bonden (CNV, Abvakabo FNV en CMHF) aan hun leden voorgelegd. Vóór het eindbod hebben 116 leden gestemd. Tégen het eindbod hebben 88 gestemd. CNV en Abvakabo hebben aangegeven niet met het eindbod in te stemmen. CMHF heeft wel met het eindbod ingestemd (alle leden hebben voor gestemd). De Brandweer stelt dat over het eindbod overeenstemming is bereikt als bedoeld in de Overlegregeling en wil met ingang van 14 januari 2013 uitvoering geven aan het eindbod. CNV en Abvakabo vorderen dit te verbieden.

De voorzieningenrechter oordeelt dat niet kan worden gezegd dat partijen op 25 september 2012 een onderhandelaarsakkoord hebben bereikt. Nimmer is immers door de bonden gezegd dat zij inhoudelijk akkoord gingen met het eindbod als onderhandelaarsakkoord. Evenmin kon de Brandweer er gerechtvaardigd op vertrouwen dat een zodanig akkoord was bereikt. In dit verband is van belang dat het beide partijen duidelijk was dat de harmonisatie van de arbeidsvoorwaarden inhoudelijk gezien nog een ‘heet hangijzer’ was. In het verlengde daarvan is verder van belang dat het de Brandweer duidelijk was dat de bonden grote bezwaren hadden tegen de benadering van de Brandweer, die haar inzet in de onderhandelingen op tafel had gelegd als een package-deal. Ook hebben de bonden steeds vastgehouden aan de term ‘eindbod’. Tevens is van belang dat het eindbod neutraal, dus niet met een positief advies, zou worden voorgelegd aan de leden, opdat de leden ‘zelf’ hun oordeel konden vormen en zouden kunnen ‘meekijken’ naar het resultaat van de gesprekken tussen de bonden en de Brandweer. Aan de Brandweer kan worden toegegeven dat uit de uitlatingen van de bonden kon blijken dat de bonden veel gewicht wilden toekennen aan het (meerderheids)standpunt van hun leden, zodanig veel gewicht zelfs, dat het kon lijken dat het ook voor de bonden moeilijk voorstelbaar was dat zij bij een positieve uitslag niet akkoord zouden gaan met het eindbod, ondanks hun inhoudelijke bezwaren daartegen. Uit deze uitlatingen kan echter op geen enkele wijze blijken dat de Brandweer en de bonden al op 25 september 2012 in voorwaardelijke zin overeenstemming hebben bereikt, in die zin dat de stem van de leden (ook) in juridische zin meteen de doorslag zou geven, zonder dat een nadere standpuntbepaling door bonden vereist was. Het wordt de Brandweer verboden om uitvoering te geven aan het sociaal plan en de harmonisatie van de arbeidsvoorwaarden. De bonden hebben geen bezwaar gemaakt tegen de uitvoering van de 16/18-regeling bij de kazerne Sittard.

De vordering van de vakbondsleden om Abvakabo te verplichten het eindbod van de Brandweer te aanvaarden, wordt afgewezen. Daardoor zou de voorzieningenrechter rechtstreeks ingrijpen in de interne verhoudingen tussen een vereniging(sbestuur) en haar leden, en aldus voorbijgaan aan de wegen die wet en statuten bieden om geschillen verenigingsintern op te lossen (langs democratische weg en/of via een geschillenregeling). Ook zou rechtstreeks worden ingegrepen in de externe verhoudingen van de vereniging. Terughoudendheid op dit laatste punt is des te meer geboden, nu de vereniging in kwestie een vakbond is en het gevorderde ingrijpen betrekking heeft op een van de centrale taken van die vakbond, te weten het voeren van arbeidsvoorwaardenoverleg. Onmogelijk, ten minste in kort geding, is ingrijpen dat constitutief van aard is, dat in elk geval tot onmiddellijk gevolg heeft dat goeddeels onomkeerbare rechtsgevolgen ontstaan voor grote groepen werknemers van de Brandweer.