Naar boven ↑

Rechtspraak

X/Y
Rechtbank Amsterdam, 14 maart 2013
ECLI:NL:RBAMS:2013:BZ4317

X/Y

Jurist is werkzaam op basis van overeenkomst van opdracht. BBA is toch van toepassing, omdat sprake is van een kleine zelfstandige

X verricht vanaf 19 oktober 2012 als jurist werkzaamheden voor kantoor Y, waarvoor X in totaal € 1.800 contant betaald heeft gekregen. Op 24 december 2012 heeft X zijn werkzaamheden opgeschort, omdat hij niet langer betaald kreeg. Y heeft de overeenkomst met onmiddellijke ingang opgezegd. Tussen partijen is in geschil of X werkzaam is op basis van een arbeidsovereenkomst.

De voorzieningenrechter oordeelt als volgt. Uit e-mails en overgelegde verklaringen blijkt dat de bedoeling van partijen was een overeenkomst van opdracht aan te gaan. Bovendien zijn er nimmer salarisstroken of loonspecificaties verstrekt door Y, is er geen loonbelasting en premies afgedragen door Y, zijn de afspraken tussen partijen niet op schrift gesteld en zijn de verrichte betalingen contant gedaan. Deze omstandigheden duiden voorshands eerder op een overeenkomst van opdracht dan op een arbeidsovereenkomst.

Hoewel niet wordt uitgegaan van het bestaan van een arbeidsovereenkomst, is toch het BBA van toepassing. X moest immers zijn werkzaamheden persoonlijk verrichten en hij heeft geen werkzaamheden voor andere opdrachtgevers verricht. Volgens Y was X weliswaar tevens werkzaam in de horeca, maar dit is gezien de uitdrukkelijke betwisting door X niet aannemelijk geworden. Bovendien betreffen werkzaamheden in de horeca wezenlijk andere werkzaamheden dan op een juridisch adviesbureau. X liet zich niet door anderen bijstaan en de door X verrichte arbeid was voor hem niet slechts een bijkomstige werkzaamheid. Zijn inkomsten diende hij in overwegende mate te genereren uit zijn werkzaamheden ten behoeve van Y. Nu Y niet de voor opzegging vereiste ontslagvergunning van het UWV heeft verkregen, wordt de vordering tot (door)betaling van de beloning van X toegewezen.