Naar boven ↑

Rechtspraak

werknemer/UWV en Agens
Gerechtshof Den Haag, 9 oktober 2012
ECLI:NL:GHSGR:2012:BZ5986

werknemer/UWV en Agens

UWV en Agens aansprakelijk voor onzorgvuldige re-integratie WAO-werknemer. Schadevergoeding tot aan pensioengerechtigde leeftijd

Werknemer, geboren op 26 oktober 1966, is nadat hij was uitgevallen voor zijn werkzaamheden als automonteur, met ingang van 31 maart 1993 in aanmerking gebracht voor een uitkering ingevolge de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering. Bij een herbeoordeling in 2004 wordt geconcludeerd dat werknemer duurzaam benutbare mogelijkheden had voor het verrichten van gangbare arbeid conform de bij het rapport van 2 juli 2004 gevoegde Functionele Mogelijkhedenlijst (FML). Werkzaamheden waarbij werknemer moet staan, zware lasten moet tillen, moet hurken enzovoort dienen te worden vermeden. Het UWV schakelt Agens in om werknemer te re-integreren. Dat doen zij door werknemer als brandwacht op te leiden. Werknemer treedt vervolgens in dienst van Ridderikhoff en wordt onder meer tewerkgesteld bij Shell. Al snel valt werknemer uit, omdat de werkzaamheden te zwaar zijn (en in strijd met het FML). Bij het bestreden vonnis heeft de rechtbank geoordeeld dat het UWV en Agens hun zorgplicht jegens werknemer hebben geschonden, en dat zij derhalve hoofdelijk aansprakelijk zijn voor de schade die werknemer als gevolg van dit onzorgvuldig handelen heeft geleden. Werknemer stelt zich in hoger beroep op het standpunt dat de schadevergoeding te laag is, in het bijzonder de beperking van de schadevergoeding tot 1 juli 2011.

Het hof oordeelt als volgt. Het hof stelt voorop dat bij een onrechtmatige daad als thans in geding, waarbij schade als de onderhavige een voorzienbaar gevolg is, de daaruit voortvloeiende schade van de benadeelde in beginsel ruim moet worden toegerekend aan de dader, hetgeen met zich brengt dat de moeilijkheden die de benadeelde ondervindt indien hij als gevolg van de onrechtmatige daad moeilijker of geen werk kan vinden, in beginsel voor rekening van de dader komen. Hieruit volgt dat het aan die dader is om – indien hij meent dat er reden is om de periode van schadeberekening te begrenzen – omstandigheden te stellen waaruit valt af te leiden dat en vanaf welk moment de benadeelde geen inkomensschade meer heeft die aan zijn fout behoort te worden toegerekend (vgl. HR 11 juni 2010, LJN BM0895). Aan die stelplicht hebben UWV en Agens niet voldaan. Gesteld noch gebleken is van omstandigheden op basis waarvan moet worden aangenomen dat het niet deelnemen aan het arbeidsproces door werknemer per 1 juli 2011 of enige andere datum niet langer in verband staat met de door UWV en Agens gemaakte fout. Integendeel, in 2008 werd werknemer door UWV nog 80-100% arbeidsongeschikt bevonden en uit het rapport van 4 oktober 2010 van Elemans blijkt dat deze werknemer op dat moment met name als gevolg van zijn psychische klachten evenmin duurzaam belastbaar achtte in arbeid. Dat hierin inmiddels verandering is gekomen is niet gebleken en ook niet aannemelijk. Werknemer heeft voorts recht op vergoeding van immateriele schade (frustratie van het niet-meewerken van UWV aan re-integratie in passende functie).