Naar boven ↑

Rechtspraak

werknemer/Travhydro Nederland B.V.
Gerechtshof Den Haag, 26 maart 2013
ECLI:NL:GHDHA:2013:BZ8296

werknemer/Travhydro Nederland B.V.

Procesrecht. Verzoek voorlopig deskundigenonderzoek in het kader van artikel 7:658 BW toegewezen

Werknemer (50 jaar) is van 1985 tot 2000 werkzaam geweest voor Travhydro. Werknemer is in 2000 uitgevallen wegens arbeidsongeschiktheid. In 2002 heeft hij zijn werkgever aansprakelijk gesteld. Hij heeft hieraan ten grondslag gelegd dat hij als steigerbouwer/meewerkend voorman in dienst van Travhydro arbeidsongeschikt is geraakt wegens spondylosis, een rugaandoening veroorzaakt doordat hij tijdens zijn werkzaamheden te lang achtereen, te zware rugbelastende werkzaamheden heeft moeten verrichten en Travhydro tekortgeschoten is in haar zorgplicht jegens hem. Na een uitvoerig deskundigenoordeel in eerste aanleg, heeft de kantonrechter de vordering van werknemer afgewezen. In hoger beroep verzoekt werknemer thans benoeming van drie nieuwe experts op grond van artikel 202 Rv. Travhydro voert verweer.

Het hof oordeelt als volgt. Enerzijds kan niet aanvaard worden dat een partij door middel van verzoek tot het houden van een voorlopig deskundigenbericht naar believen aan expert shopping doet, niet (zozeer) om de proceskansen in hoger beroep te beoordelen als wel om deze te verbeteren. Anderzijds past in de functies van het hoger beroep dat partijen in de gelegenheid zijn hun stellingen uit te bouwen. Dit geval toont nog niet de trekken van expert shopping, al dan niet gevolgd door een battle of experts. Daar mag het ook niet naar toe, ook niet in deze zaak. Het hof oordeelt dat in dit stadium het deskundingenonderzoek gelast dient te worden.