Naar boven ↑

Rechtspraak

werknemer/ABM c.s.
Rechtbank Noord-Holland, 14 maart 2013
ECLI:NL:RBNHO:2013:BZ9339

werknemer/ABM c.s.

ABM is aansprakelijk voor schade Bulgaarse werknemer als gevolg van val van dak. Stelling dat ABM in haar bewijspositie is geschaad doordat zij pas op een laat tijdstip aansprakelijk is gesteld, faalt. Geen melding bij Arbeidsinspectie

Werknemer (Bulgaarse nationaliteit) verricht werkzaamheden in opdracht van ABM. Tijdens het werk op een loods is hij van het dak gevallen, als gevolg waarvan hij letsel heeft opgelopen. Hij stelt ABM (en Nationale Nederlanden als verzekeraar van ABM) aansprakelijk voor de schade die hij als gevolg van het ongeval lijdt. ABM betwist dat werknemer de opdracht is gegeven de werkzaamheden op het dak van de loods uit te voeren.

De voorzieningenrechter oordeelt als volgt. Niet in geschil is dat werknemer op 17 mei 2011 werkzaamheden heeft verricht voor ABM. Ook staat vast dat hem op die datum een ongeval is overkomen als gevolg waarvan hij ernstig letsel heeft opgelopen (schade). Om die reden moet voorshands de aansprakelijkheid van ABM worden aangenomen. De enkele stelling van ABM dat werknemer niet specifiek opdracht is gegeven om werkzaamheden te verrichten aan het dak is onvoldoende om anders te oordelen. Het is zeer onwaarschijnlijk dat werknemer met zijn collega zonder enigerlei opdracht het dak van de loods op is gegaan om werkzaamheden te verrichten. Door ABM is betoogd dat werknemer haar op een dusdanig laat tijdstip aansprakelijk gesteld heeft, dat zij daardoor in haar bewijspositie is benadeeld, hetgeen meebrengt dat het ervoor moet worden gehouden dat niet is voldaan aan artikel 6:89 BW. Dit betoog faalt. Op ABM rustte als werkgever de plicht om het ongeval te melden bij de Arbeidsinspectie, nu het ongeval in werktijd en op het terrein van de werkgever is ontstaan en tot een ziekenhuisopname heeft geleid. De wetgever heeft de zorg voor behoud van de eigen bewijspositie primair gelegd op de werkgever. Nu het een werknemer met de Bulgaarse nationaliteit betrof, had ABM rekening moeten houden met het ervaringsgegeven dat dergelijke arbeidskrachten slecht op de hoogte zijn van hun rechten en de voorwaarden voor uitoefening daarvan en geen netwerk hebben waarin die wetenschap makkelijk te vinden is. Deze omstandigheden staan een beroep op artikel 6:89 BW in de weg (voor zover beginselen van goed werkgeverschap hier al niet aan in de weg staan). Nu werknemer als Bulgaar niet in aanmerking komt voor een uitkering, heeft hij een spoedeisend belang bij zijn vordering. Er wordt een voorschot van € 15.000 aan schadevergoeding toegekend.