Rechtspraak
werkneemster/werkgeefster
Werkneemster is voor onbepaalde tijd in dienst van Argentijns grillrestaurant Evita als assistent bediening. De Cao voor het horeca- en aanverwante bedrijf is krachtens een incorporatiebeding van toepassing. Sinds 4 oktober 2010 is werkneemster onafgebroken arbeidsongeschikt wegens ziekte. Na afloop van de wachttijd van twee jaar heeft het UWV een loonsanctie opgelegd wegens onvoldoende re-integratie-inspanningen. Werkneemster vordert het loon vanaf januari 2012. Na 3 oktober 2012 heeft Evita zich zelfs op het standpunt gesteld dat werkneemster geen loon (meer) toekomt, omdat naar het oordeel van Evita de loonsanctie op verkeerde gronden is opgelegd.
De kantonrechter oordeelt als volgt. De loonvordering van werkneemster tot en met september 2012 wordt toegewezen. Anders dan Evita klaarblijkelijk meent, is er (vooralsnog) geen enkele reden om te veronderstellen dat het UWV haar ten onrechte een loonsanctie oplegde. In ieder geval in de bezwaarfase is deze beslissing van het UWV gehandhaafd en uiterst ongewis is of het door Evita ingestelde beroep bij de bestuursrechter daarin wijziging zal brengen. Omdat werkneemster wegens de opgelegde loonsanctie geen recht op uitkering heeft, kan Evita niet met succes volharden in haar weigering de loonbetalingsverplichting na te komen. Een recht op opschorting komt Evita niet toe in de fase van bestuursrechtelijk beroep tegen de haar onwelgevallige beslissing. Bovendien is de weigering van haar verzekeraar om bedragen ter zake van (verzekerd) ziekteverzuim uit te keren als deze niet eerst aan de werkneemster voldaan zijn, een kwestie die uitsluitend haar en werkneemster regardeert. Hetzelfde geldt voor eventuele fouten in de ziekteverzuimbegeleiding van de door Evita ingeschakelde arbodienst: die worden in de relatie tot werkneemster geheel aan Evita toegerekend. De extreme nalatigheid in de voldoening van het periodiek verschuldigde loon rechtvaardigt verder ten volle de door werkneemster tot een totaal van € 3.000 netto gematigde wettelijke verhoging, die bij berekening van het op zichzelf te rechtvaardigen maximumpercentage van 50 over de volle loonsom (ook die van de vermeerderingsposten) aanzienlijk hoger uitgevallen zou zijn. Voor verdere matiging heeft Evita geen enkel serieus te nemen argument aangedragen. Ook financieel onvermogen ligt geheel in haar risicosfeer, nog daargelaten dat zij dat argument van geen enkele onderbouwing voorziet. Over een groot deel van de vorderingen wordt geen wettelijke rente gevorderd. De loonvordering wordt tot 1 mei 2013 toegewezen.