Rechtspraak
Gerechtshof Den Haag (Locatie 's-Gravenhage), 9 juli 2013
ECLI:NL:GHDHA:2013:2265
werknemers/Europe Container Terminals
ECT is de grootste containerterminal in Europa met circa 2200 werknemers. Bij ECT wordt met verschillende roosters gewerkt. Die roosters zijn vastgesteld in samenspraak met de vakorganisaties en/of de OR en zijn uitgewerkt in de cao en het ECT-Regelingenboek. Ongeveer 70% van alle werknemers van ECT werkt in de E-dienst. In het E-rooster wordt in vijf ploegen volcontinu gewerkt. Werknemers in de E-dienst hebben recht op een fulltime basismaandsalaris ook al werken zij gemiddeld 32,55 uur per week in plaats van 38,75 uur per week, de fulltime werkduur in bijvoorbeeld de C-dienst. Het basissalaris dat een werknemer in de E-dienst per daadwerkelijk gewerkt uur verdient is hoger dan dat van de werknemers in de C- en G-dienst, dit terwijl zij hetzelfde werk doen als de werknemers in de E-dienst (maar in een ander, niet volcontinu, rooster). De centrale vraag is of dit een verboden onderscheid in de zin van artikel 7:648 BW, dan wel artikel 7:611 BW, oplevert.
Het hof oordeelt als volgt. Tussen partijen is onbestreden dat de bezoldiging van werknemers in de C-, G- en E-dienst gebaseerd is op, dan wel afgeleid is van (de G-dienst), het salaris dat verbonden is aan een voltijdsbaan. In die zin wordt gelijke arbeid gelijkelijk beloond. De werknemers in de E-dienst hoeven echter, ondanks hun voltijdsaanstelling, voor dat voltijdssalaris daadwerkelijk minder uren te werken dan de bij het voltijdssalaris behorende 38,75 uur, zodat zij feitelijk per gewerkt uur een hoger salaris ontvangen dan de werknemers in de C- en G-dienst; in zoverre is er sprake van een onderscheid. Dat onderscheid hangt echter samen met het feit dat werknemers in de E-dienst werken in een – als zwaarder ervaren – volcontinurooster en de werknemers in de C- en G-dienst niet. Tussen werknemers werkzaam in verschillende roosters is differentiatie in beloning toegestaan, de werkzaamheden worden immers onder verschillende omstandigheden verricht en zijn in die zin niet gelijk in de zin van artikel 7:648 BW. Enkel voor werknemers die binnen eenzelfde rooster werken, geldt artikel 7:648 BW. In elkaar opvolgende cao’s is het hier bedoelde verschil steeds vastgelegd en geaccordeerd. Voor bedoeld verschil is ook een objectieve rechtvaardigingsgrond aanwezig: de omstandigheden waarin/waaronder in volcontinudienst gewerkt wordt zijn anders dan het werken in niet-volcontinudienst en worden als zwaarder ervaren. Gelet ook op het feit dat afspraken over arbeidsvoorwaarden het domein zijn van de cao-partners, die zo zij dat willen, aan de gestelde ongelijkheid een einde kunnen maken, past het hof hier in zijn oordeel bepaaldelijk terughoudendheid. Waar werknemers niets anders hebben aangevoerd dan dat een verschil van 7,5% als onaanvaardbaar heeft te gelden en dat niet in een nader, breder, licht hebben geplaatst, kan het hof niet tot de conclusie komen dat het verschil als genoemd naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is.