Rechtspraak
Gerechtshof Den Haag (Locatie 's-Gravenhage), 18 juni 2013
ECLI:NL:GHDHA:2013:2245
BVR Bouw Rotterdam /werknemers
Werknemers zijn allen in dienst geweest van Roos Bouw B.V. (hierna: Roos Bouw). Vooruitlopend op een voorgenomen overname van Roos Bouw door BVR Bouw Roosendaal, zijn werknemers per 24 september 2007 bij laatstgenoemd bedrijf in dienst getreden. In hun arbeidsovereenkomsten staat in de considerans dat de datum van indiensttreding de datum van Roos Bouw is. De overname van Roos Bouw heeft uiteindelijk nimmers plaatsgevonden. In 2010 zijn de arbeidsovereenkomsten met werknemers opgezegd wegens bedrijfseconomische redenen. De in acht genomen opzegtermijn gaat uit van datum indiensttreding 24 september 2007. Werknemers stellen zich evenwel op het stanpunt dat uit de considerans van hun arbeidsovereenkomst blijkt dat de feitelijke indiensttreding bij Roos Bouw doorslaggevend is. BVR stelt zich op het standpunt dat de woorden uit de considerans waren bedoeld in de context van de voorgenomen overgang van Roos Bouw. Nu dit laatst niet heeft plaatsgevonden, komt aan deze woorden geen betekenis toe. Voorts zijn werknemers niet ontvankelijk ex artikel 7:683 BW.
Het hof oordeelt als volgt: anders dan BVR meent, is in casu geen sprake van een vordering uit hoofde van artikel 7:681 BW, maar van een verkeerde toepassing van het geldende Sociaal Plan. De vorderingen zijn derhalve niet verjaard (artikel 7:683 BW). De kernvraag is of werknemer met recht een beroep toekomen op de data in de considerans van hun overeenkomst, dan wel dat als uitgangspunt de feitelijke datum indiensttreding bij BVR heeft te gelden. Toen de bewuste arbeidsovereenkomsten werden afgesloten, zat bij BVR Bouw Roosendaal de bedoeling voor de bedrijfsactiviteiten van Roos Bouw en (een aantal van) haar werknemers over te nemen. Tegen die achtergrond is BVR Bouw Roosendaal (ondermeer) met werknemers arbeidsovereenkomsten aangegaan en is in de considerans van die verschillende arbeidsovereenkomsten, steeds de 'Roos Bouw'-datum genoemd als de datum waarop de betreffende werknemer bij werkgever in dienst getreden is. De aldus uitgedrukte en gecommuniceerde bedoeling om met betrekking tot de betreffende werknemers de werkgeversverplichtingen van Roos Bouw over te nemen, is zonder enig voorbehoud gemaakt. Uit niets blijkt dat werknemers, ten tijde van het sluiten van hun arbeidsovereenkomst met BVR Bouw Roosendaal, zouden hebben moeten begrijpen dat de bereidheid van BVR Bouw Roosendaal de rechten die werknemers ontleenden aan hun arbeidsovereenkomst met Roos Bouw over te nemen, slechts gold indien de overname van Roos Bouw door BVR Bouw Roosendaal ook daadwerkelijk gerealiseerd zou worden en dat bij het achterwege blijven daarvan die toezegging zou komen te vervallen. In dit verband oordeelt het hof nog van belang dat werknemers hebben gestelddat zij goede kansen op de arbeidsmarkt hadden maar dat BVR Bouw Roosendaal hen zo snel mogelijk wilde contracteren en hen daarom het aanbod gedaan had om de Roos-dienstjaren mee te nemen. Juist dat aanbod hebben werknemers, naar zij stellen, er toe gebracht een arbeidsovereenkomst met BVR Bouw Roosendaal aan te gaan. Uit het enkel telkens opnemen in artikel 1 van de betreffende arbeidsovereenkomsten dat werknemers per 24 september 2007 bij BVR Bouw Roosendaal zelf in dienst traden, kan ook niet worden afgeleid dat de in de considerans genoemde datum slechts gelding had bij een gerealiseerde overname van Roos Bouw. Dat het UWVWERKbedrijf bij zijn beslissingen is uitgegaan van 24 september 2007 heeft specifiek te maken met het gehanteerde afspiegelingsbeginsel en zegt niets over de relevantie van de Roos-dienstjaren in het onderhavige verband. (Sterker nog, het UWV zegt met betrekking tot de arbeidsovereenkomst van partijen ondermeer het volgende: '(…) Tot op de dag van vandaag staat daar de wettelijke onverplichte afspraak in dat de datum indiensttreding bij Roos tussen partijen wordt gerespecteerd. Vanzelfsprekend is dat een afspraak die werkgever en werknemer moeten respecteren (ter zake van bijvoorbeeld (…) berekening opzegtermijnen).' Aan het feit dat de begeleidingscommissie is uitgegaan van de datum 24 september 2007 als datum aanvang dienstverband kan in deze zaak geen argument ontleend worden.