Naar boven ↑

Rechtspraak

Nederlandse Bond voor de Bouw- en Houtnijverheid c.s./Strukton Bouw B.V. c.s.
Rechtbank Midden-Nederland (Locatie Utrecht), 24 juli 2013
ECLI:NL:RBMNE:2013:2959

Nederlandse Bond voor de Bouw- en Houtnijverheid c.s./Strukton Bouw B.V. c.s.

Kring van gerechtigden beëindigingsvergoeding in uiteindelijk concept sociaal plan, dat is overeengekomen tussen bouwbedrijf en vakbonden, staat op basis van eerdere afspraken vast. Dat vakbonden de beperking in de kring van gerechtigden eerder over het hoofd hebben gezien, komt voor hun risico. Vakbonden zijn verplicht om concept sociaal plan ter raadpleging aan leden voor te leggen

Toen in 2010 de aandelen in Strukton Groep N.V. zijn overgegaan naar Oranjewoud, is tussen (onder meer) Oranjewoud enerzijds en (onder meer) FNV Bouw en CNV Vakmensen anderzijds op 16 juli 2010 een protocol tot stand gekomen. Daarin staat onder meer opgenomen dat indien sprake is van gedwongen reductie van de werkgelegenheid door economische omstandigheden, er met de betrokken vakorganisaties een marktconform sociaal plan zal worden overeengekomen. Strukton heeft op 13 juni 2013 kenbaar gemaakt het personeelsbestand van een bedrijfsonderdeel wegens bedrijfseconomische redenen met 22 medewerkers in te krimpen. Op 18 juni 2013 heeft Strukton een concept sociaal plan naar FNV Bouw en CNV Vakmensen gestuurd. De vakbonden hebben zich op het standpunt gesteld dat de voorzieningen in het sociaal plan niet marktconform zijn. Het kort geding is ter zitting van 10 juli 2013 ingetrokken, omdat partijen het eens zijn geworden over de inhoud van het sociaal plan. Het sociaal plan is uiteindelijk toch niet door partijen ondertekend. De vakbonden willen dat de financiële beëindigingsvergoeding ook toekomt aan de betrokken werknemers die niet instemmen met een beëindiging van hun arbeidsovereenkomst. Zover wil Strukton niet gaan. FNV Bouw en CNV Vakmensen vorderen in dit kort geding dat het aan Strukton en Oranjewoud wordt verboden om met de betrokken werknemers vaststellingsovereenkomsten te sluiten of aan de werknemers die niet hebben ingestemd met de hen voorgelegde vaststellingsovereenkomst het dienstverband op te zeggen, zonder dat vooraf aan hen een sociaal plan conform het proces-verbaal van 10 juli 2013 is aangeboden waarin een ongeclausuleerd recht op de met de vakbonden overeengekomen financiële beëindigingsvergoeding is opgenomen. In reconventie vordert Strukton de bonden te veroordelen het sociaal plan te ondertekenen, dan wel het sociaal plan met een positief advies aan hun leden voor te leggen.

De voorzieningenrechter wijst de vorderingen van de vakbonden af. Oranjewoud is geen partij bij de ter zitting van 10 juli 2013 met de vakbonden gemaakte afspraken, zodat daaruit voor haar geen verplichtingen voortvloeien. Ten aanzien van de vordering jegens Strukton wordt geoordeeld dat partijen, gelet op het proces-verbaal van de zitting van 10 juli, de mogelijkheid open hebben gelaten dat op andere punten dan die waarover zij ter zitting al overeenstemming hadden bereikt, nog afwijking van of aanvulling op het door hen tot uitgangspunt genomen concept sociaal plan van 18 juni 2013 nodig zou zijn. Partijen twisten over de vraag of op 10 juli 2013 de omschrijving van de kring van werknemers die recht hebben op de overeengekomen financiële beëindigingsvergoeding behoort tot deze ‘andere punten’, zoals de vakbonden stellen, of dat de kring van gerechtigden door de afspraken van 10 juli 2013 vast stond, zoals Strukton meent. Het standpunt van Strukton wordt gevolgd. Van de gemaakte afspraken maakt deel uit dat de overeenstemming over de acht onderwerpen diende te worden ingepast in het concept sociaal plan van 18 juni 2013. In dat concept was de kring van de tot de financiële beëindigingsvergoeding gerechtigde werknemers reeds zo omschreven als in het uiteindelijke concept van 11 juli 2013. Onder de gegeven omstandigheden komt het feit dat de vakbonden vóór en op 10 juli 2013 kennelijk de genoemde beperking in de kring van gerechtigden over het hoofd hebben gezien, voor hun risico. Anders dan de vakbonden menen, staat de redelijkheid en billijkheid er niet aan in de weg dat Strukton de vakbonden wenst te houden aan de op 10 en 11 juli 2013 bereikte overeenstemming, óók waar het de kring van gerechtigden tot de beëindigingsvergoeding betreft. Met haar beroep op de toen gemaakte afspraken handelt Strukton niet in strijd met het goed werkgeverschap. Dat beroep is ook niet onaanvaardbaar vanwege strijdigheid met het wettelijke ontslagstelsel of met het gelijkheidsbeginsel. Het beroep op het protocol faalt, omdat het sociaal plan van 11 juli 2013 als marktconform kan worden aangemerkt.

Ten aanzien van de vordering in reconventie oordeelt de voorzieningenrechter als volgt. De indruk ontstaat dat de vakbonden zich eerst in dit - tweede - kort geding hebben gerealiseerd dat zij met Strukton slechts een principeakkoord over het sociaal plan kunnen afsluiten en dat van ondertekening van het sociaal plan pas sprake kan zijn nadat de betrokken leden zich erover hebben kunnen uitlaten. Waar zij zich bij het maken van de afspraken ter zitting van 10 juli 2013 niet van de inhoud van de eigen statuten en reglementen bewust zijn geweest, kunnen de vakbonden bezwaarlijk aan Strukton tegenwerpen dat zij de implicaties van een ledenraadpleging had moeten beseffen. Hoewel het derhalve - achteraf - enige bevreemding wekt dat de vakbonden op 10 juli 2013 hebben gemeend zich te kunnen verplichten tot de ondertekening van het sociaal plan uiterlijk op 12 juli 2013, kunnen de vakbonden thans niet worden veroordeeld tot een ondertekening die hen op grond van de interne democratische regels van hun verenigingen niet vrij staat. Tegen de - subsidiair - gevorderde veroordeling van de vakbonden om het sociaal plan, in de versie van 11 juli 2013, ter raadpleging aan de leden voor te leggen, bestaan op grond van hetgeen in conventie is overwogen geen beletselen, wèl echter tegen een veroordeling om de ledenraadpleging van een positief advies vergezeld te doen gaan. Het behoort tot de beleidsvrijheid van de vakbonden om zich jegens de betrokken leden vrijelijk over het bereikte akkoord uit te laten, ook indien dit oordeel kritisch of - zelfs - afkeurend mocht zijn.