Naar boven ↑

Rechtspraak

werkneemster/Telepartners Hoorn B.V.
Rechtbank Noord-Holland (Locatie Alkmaar), 27 februari 2013
ECLI:NL:RBNHO:2013:8070

werkneemster/Telepartners Hoorn B.V.

Ontbinding arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd op verzoek werkneemster. Verstoorde arbeidsrelatie na ziekmelding. Door werkneemster opgenomen telefoongesprekken met verzuimbegeleider is geen onrechtmatig verkregen bewijs. C=3

Werkneemster is sinds 13 september 2011 in dienst van Telepartners als Agent Callcenter. De arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd is verlengd en eindigt op 13 maart 2013. Sinds 30 januari 2012 is werkneemster door ziekte uitgevallen. Thans verzoekt zij ontbinding van de arbeidsovereenkomst. Zij stelt dat het voortzetten van de arbeidsverhouding tot schade aan haar gezondheid leidt en dat de arbeidsrelatie daarom zo snel mogelijk beëindigd moet worden. Telepartners heeft haar voortdurend onder druk gezet en heeft in strijd gehandeld met goed werkgeverschap, waardoor ook haar arbeidsongeschiktheid is verergerd en haar herstel is belemmerd. Zij verzoekt een immateriële schadevergoeding van € 10.000 en een vergoeding ter hoogte van het loon tot het einde van de arbeidsovereenkomst en de kosten van rechtsbijstand van in totaal € 7.500.

De kantonrechter oordeelt als volgt. Werkneemster heeft ter ondersteuning van haar verzoek opnamen en transcripties overgelegd van telefoongesprekken die zij heeft gevoerd met mevrouw X, als verzuimbegeleider werkzaam bij Telepartners. Telepartners heeft gesteld dat dit bewijs onrechtmatig is verkregen en daarom buiten beschouwing moet worden gelaten. Naar de kantonrechter begrijpt, beroept Telepartners zich er in dit verband (mede) op dat sprake is van schending van haar persoonlijke levenssfeer en die van mevrouw X, zoals bedoeld in artikel 8 EVRM. Er is onvoldoende grond het bewijs onrechtmatig te achten. Het gaat hier om een zakelijk telefoongesprek tussen een werkgever en een werknemer, waarbij die laatste het initiatief neemt tot de opnamen. Het opnemen van de gesprekken kon een legitiem doel dienen en was daarvoor een geschikt middel, nu werkneemster onbetwist heeft gesteld dat zij steeds weer discussie had met Telepartners over de aard en inhoud van eerdere telefoongesprekken en herhaling daarvan wilde voorkomen. Gelet daarop is de inbreuk op de persoonlijke levenssfeer van Telepartners en mevrouw X ook niet onevenredig in verhouding tot het gerechtvaardigd belang van werkneemster.

Het beroep van Telepartners op Van Hooff Elektra (AR 2009-0929) faalt, omdat het daar ging om een al opgezegde arbeidsovereenkomst, terwijl het in dit geval gaat om een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd. Nu sprake is van een onherstelbaar verstoorde arbeidsrelatie en ook de bedrijfsarts terugkeer naar het eigen werk niet mogelijk acht, wordt de arbeidsovereenkomst ontbonden. Dat werkneemster zelf ontbinding verzoekt, staat niet aan het toekennen van een vergoeding in de weg. In dit geval is het billijk dat werkneemster een vergoeding wordt toegekend, waarbij wordt meegewogen dat Telepartners niet heeft voldaan aan de re-integratieverplichtingen ex artikel 7:658a BW. Ook is sprake van strijd met goed werkgeverschap, omdat mevrouw X aandrang heeft uitgeoefend op werkneemster om het werk te hervatten, in ieder geval arbeidstherapeutisch, en heeft gedreigd met staking van loonbetaling, zonder enig zicht te hebben op de medische beperkingen van werkneemster voor het verrichten van arbeid. Voorts heeft Telepartners geweigerd de kosten van de door de deskundige van het UWV geadviseerde mediation te dragen. De ontbinding is in overwegende mate te wijten aan Telepartners. Er wordt een vergoeding toegekend met C=3 (€ 2.700 bruto). Er is geen grond voor toekenning van de door werkneemster gevraagde immateriële schadevergoeding.