Naar boven ↑

Rechtspraak

De Omring Kraamzorg B.V./werkneemster
Rechtbank Noord-Holland (Locatie Hoorn), 11 april 2013
ECLI:NL:RBNHO:2013:3042

De Omring Kraamzorg B.V./werkneemster

Afwijzing verzoek tot ontbinding langdurig arbeidsongeschikte werkneemster. Op het moment dat de in het kader van re-integratie overeengekomen arbeidsovereenkomst met een derde eindigt, moet opnieuw worden ingezet op re-integratie in het eerste spoor. Arbeidsovereenkomst is geen ‘lege huls’ geworden

Werkneemster is sinds 2009 voor onbepaalde tijd in dienst van Omring Kraamzorg. Bestuurder en enig aandeelhouder van Omring Kraamzorg is Omring Holding B.V. Op 19 december 2010 heeft werkneemster zich ziek gemeld. In het kader van haar re-integratie is werkneemster vanaf april 2012 werkzaamheden gaan verrichten als receptioniste in een verzorgingshuis van Stichting Omring (enig aandeelhouder van Omring Holding B.V.). Het UWV heeft de aanvraag voor een WIA-uitkering afgewezen, omdat werkneemster voor minder dan 35% arbeidsongeschikt is. Het UWV heeft een aangevraagde ontslagvergunning afgewezen, omdat Omring Kraamzorg, Omring Holding B.V. en Stichting Omring moeten worden gezien als één onderneming en re-integratie van werkneemster heeft plaatsgevonden binnen die onderneming. Thans verzoekt Omring Kraamzorg ontbinding van de arbeidsovereenkomst. Gesteld wordt dat Stichting Omring en Omring Kraamzorg ten onrechte als één onderneming zijn aangemerkt en dat er geen passende werkzaamheden voor werkneemster zijn.

De kantonrechter oordeelt als volgt. Hoewel Stichting Omring een andere entiteit is, werkneemster met deze stichting aan afzonderlijke arbeidsovereenkomst heeft gesloten en voor Omring Kraamzorg de loondoorbetalingsverplichting is geëindigd, neemt dat niet weg dat krachtens artikel 7:658a lid 1 BW gedurende het dienstverband tussen Omring Kraamzorg en werkneemster ook een re-integratieverplichting op Omring Kraamzorg rust. Dat dienstverband loopt door gedurende de termijn dat werkneemster elders passende werkzaamheden in het kader van de re-integratie verricht (art. 7:629 lid 11 BW) en met die werkgever een arbeidsovereenkomst is aangegaan. Zolang werkneemster bij een derde passend werk verricht, zal die inspanningsverplichting van Omring Kraamzorg nihil zijn. Dat wordt anders indien het dienstverband met die derde zou eindigen. In dat geval zal opnieuw inhoud gegeven moeten worden aan de re-integratieverplichtingen in het eerste spoor. De kans dat de arbeidsovereenkomst tussen werkneemster en Stichting Omring binnen afzienbare termijn eindigt, is reëel. Deze arbeidsovereenkomst is namelijk gesloten voor bepaalde tijd (tot 1 januari 2014). Hoewel de loonbetalingsverplichting dan niet herleeft, zal Omring Kraamzorg dan weer inhoud moeten geven aan haar re-integratieverplichting in het eerste spoor. Dat Omring Kraamzorg en Stichting Omring nauw met elkaar zijn verweven en het formele bestuur over de beide rechtspersonen in dezelfde handen is, rechtvaardigt een afwijking van de vaker voorkomende situatie waarin de ‘oude werkgever’ ontbinding van de arbeidsovereenkomst verzoekt omdat die arbeidsovereenkomst door de geslaagde re-integratie elders een ‘lege huls’ is geworden. Volgt afwijzing van het ontbindingsverzoek.