Naar boven ↑

Rechtspraak

Stichting VU-VUMC/werknemer
Rechtbank Amsterdam (Locatie Amsterdam), 14 oktober 2013
ECLI:NL:RBAMS:2013:7286

Stichting VU-VUMC/werknemer

Ontbinding arbeidsovereenkomst staflid VUmc wegens verstoorde arbeidsrelatie. Hoewel werknemer aanspraak maakt op een bovenwettelijke uitkering, wordt naar billijkheid een vergoeding van € 20.000 bruto toegekend

Werknemer is in dienst van Stichting VU-VUMC (hierna: VUmc). In ieder geval in 2011 zijn er problemen op de afdeling Klinische genetica ontstaan. VUmc heeft verzocht de arbeidsovereenkomst van werknemer wegens een verstoorde arbeidsrelatie te ontbinden. Bij beschikking van 16 september 2013 is een voortgezette mondelinge behandeling gelast, welke is bepaald op 9 oktober 2013.

De kantonrechter oordeelt als volgt. VUmc stelt dat de werkrelatie tussen X en werknemer ernstig is verstoord. X ervaart de opstelling van werknemer in 2012/2013 zo dat zij door werknemer niet gerespecteerd wordt en dat hij haar gezag niet aanvaard. Externen concluderen een verstoorde werkrelatie tussen werknemer en X. Het hoofd van de divisie II en III kwalificeert eind 2012 de ontstane situatie tussen beiden als onwerkbaar. In deze context kan werknemer niet volstaan met een betwisting/ontkenning van een door X ervaren verstoorde werkrelatie. Van hem mocht – mede gezien zijn positie binnen VUmc, zijn leeftijd en zijn werkervaring (ook als voormalig leidinggevende) – worden verwacht dat hij ten minste zou erkennen dat zijn gedragingen bij X anders overkomen dan hij bedoelt en dat hij bereid is zijn gedragingen aan te passen. Door dit na te laten, zelfs te betwisten dat X op grond van zijn gedragingen kan veronderstellen dat hij haar als leidinggevende ondermijnde en slechts aandacht te vragen voor de buiten zijn persoon staande problemen op de afdeling is een situatie ontstaan waarin de basis ontbreekt om tot een normalisatie van de verhoudingen te komen. Nu een vruchtbare samenwerking niet meer mogelijk is, wordt de arbeidsovereenkomst ontbonden.

De voor werknemer geldende nadelige financiële gevolgen van het einde van het dienstverband worden in belangrijke mate beperkt door de WW-uitkering en de bovenwettelijke uitkering (BWUMC-uitkering). Bij de weging van het verwijt betrekt de kantonrechter onder meer ten nadele van VUmc dat de opstelling van werknemer – mede gezien de houding van enkele andere stafleden – kennelijk mede was ingegeven doordat werknemer (en enkele andere stafleden) zich binnen VUmc niet veilig voelde om individuele gesprekken met X aan te gaan. Ook weegt mee dat beide partijen zich (lange tijd) weinig coöperatief hebben opgesteld. Mede gelet op het goede functioneren tot en met 2011, de leeftijd van werknemer (42 jaar) en de duur van het dienstverband (ca. 15 jaar) wordt naar billijkheid een vergoeding van € 20.000 toegekend.