Naar boven ↑

Rechtspraak

werkneemster/DHL Supply Chain Management B.V.
Rechtbank Limburg (Locatie Roermond), 14 november 2013
ECLI:NL:RBLIM:2013:8853

werkneemster/DHL Supply Chain Management B.V.

Poolse werkneemster is op grond van ketenregeling voor onbepaalde tijd in dienst. Hoewel werkneemster een arbeidsovereenkomst heeft getekend met een uitzendbureau, wordt aangenomen dat zij feitelijk in dienst is gebleven van DHL

Werkneemster is op 25 oktober 2010 als uitzendkracht in dienst getreden van uitzendbureau Olympia. In die hoedanigheid is zij werkzaamheden gaan verrichten bij DHL in Beringe in de functie van Warehouse Operator. De arbeidsovereenkomst is aangegaan voor bepaalde tijd tot 1 juni 2011. Per 1 juni 2011 is zij voor de duur van een jaar in dienst getreden van DHL. Zij is dezelfde functie blijven verrichten. Per 1 juni 2012 is de arbeidsovereenkomst verlengd met 14 maanden. Aan werkneemster is kenbaar gemaakt dat deze arbeidsovereenkomst niet zal worden verlengd en van rechtswege eindigt per 1 augustus 2013. Op 2 augustus 2013 heeft werkneemster een in de Engelse taal gestelde arbeidsovereenkomst getekend waarin zij andermaal in dienst treedt van Olympia uitzendbureau en wel met ingang van 1 augustus 2013 voor een periode van drie maanden, eindigende op 30 oktober 2013. Haar werkzaamheden heeft zij bij DHL gewoon voortgezet. Centrale vraag is of de arbeidsovereenkomst met DHL op 1 augustus 2013 zonder tegenspraak ex artikel 7:668 BW is voortgezet en of deze op grond van artikel 7:668a lid 1 aanhef en sub b BW heeft te gelden voor onbepaalde tijd.

De kantonrechter oordeelt als volgt. Van voortzetting zonder tegenspraak is geen sprake, omdat DHL te kennen heeft gegeven dat de arbeidsovereenkomst niet zou worden voortgezet. Deze conclusie kan DHL echter niet baten. Sedert 25 oktober 2010 is werkneemster onafgebroken in dezelfde functie onder dezelfde omstandigheden en op dezelfde werkplek haar werkzaamheden voor DHL blijven uitvoeren. Ook na 31 juli 2013 is DHL materieel de werkgever van werkneemster gebleven. Ter zitting is zijdens DHL naar voren gebracht dat zij werkneemster na ommekomst van de laatste arbeidsovereenkomst niet kwijt wilde en dat daarom gekozen is voor een constructie via uitzendbureau Olympia. Dit uitzendbureau heeft een permanent kantoor op de werkvloer bij DHL in Beringe. Voor werkneemster is derhalve feitelijk in het geheel niets veranderd. Door voor deze constructie te kiezen handelt DHL in strijd met de strekking van artikel 7:668a BW en derhalve naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onredelijk jegens werkneemster. Het had op de weg van DHL gelegen om als goed werkgever aan werkneemster een dienstverband voor onbepaalde tijd aan te bieden. Hoewel werkneemster op 2 augustus 2013 een arbeidsovereenkomst met Olympia heeft getekend, komt de kantonrechter tot het voorlopig oordeel dat werkneemster nĂ¡ 30 oktober 2013 in dienst is gebleven van DHL. De per 1 augustus 2013 aangegane arbeidsovereenkomst geldt als aangegaan voor onbepaalde tijd.