Naar boven ↑

Rechtspraak

De Staat der Nederlanden, het ministerie van Veiligheid en Justitie, Bestuursdepartement/Groepsondernemingsraad Bestuursdepartement van het ministerie van Veiligheid en Justitie
Rechtbank Den Haag (Locatie 's-Gravenhage), 28 oktober 2013
ECLI:NL:RBDHA:2013:17603

De Staat der Nederlanden, het ministerie van Veiligheid en Justitie, Bestuursdepartement/Groepsondernemingsraad Bestuursdepartement van het ministerie van Veiligheid en Justitie

Ondernemingsraad ministerie van Veiligheid en Justitie kan in redelijkheid niet weigeren in te stemmen met het besluit tot afschaffing van stoelmassages, waarmee een kostenbesparing van € 210.000 per jaar gemoeid is. Kantonrechter verleent vervangende toestemming

De Staat heeft met Helder Werk B.V. de Raamovereenkomst inzake Stoelmassage (hierna: de overeenkomst) gesloten. De Groepsondernemingsraad Bestuursdepartement van het ministerie van Veiligheid en Justitie (hierna: GOR BD) weigert in te stemmen met het expireren van deze overeenkomst. In de brief 30 juli 2013 van de GOR BD aan de secretaris-generaal (hierna: S-G) heeft de GOR BD de nietigheid ingeroepen van het besluit van de S-G om de overeenkomst te laten expireren. De Staat verzoekt de kantonrechter toestemming om het besluit strekkend tot beëindiging van het aanbod van stoelmassages te mogen nemen en de overeenkomst per 21 september 2013 te laten expireren.

De kantonrechter oordeelt als volgt. Tussen partijen is niet in geschil dat in 2006 sprake was van een besparing van € 250.000 die samenhing met het vervallen van een subsidie op het bedrijfsrestaurant. Besloten werd toen om dat bedrag ten gunste te laten komen van de medewerkers in de vorm van onder meer het aanbieden van stoelmassage. Reeds de omstandigheid dat er nu geen financiële ruimte is voor iets extra’s doet de noodzaak tot evaluatie van de stoelmassage vervallen. Dit brengt mee dat de GOR BD de Staat in redelijkheid niet kan houden aan de toegezegde evaluatie. Evenmin kan de GOR BD in redelijkheid van de Staat verlangen dat onderzoek wordt gedaan naar nut en effect van stoelmassages. De Staat heeft in dat verband onweersproken gesteld dat (wetenschappelijk) bewijs van het nuttige effect van stoelmassages ontbreekt. Nu de Staat de achtergrond en het te verwachten resultaat van de beoogde bezuinigingsmaatregelen, waaronder het afschaffen van stoelmassage, heeft bekend gemaakt aan de GOR BD, heeft de GOR BD het instemmingsverzoek kunnen beoordelen in een breder perspectief. Hierbij is van belang dat het afschaffen van stoelmassage de enige arbomaatregel is waarop ingevolge de Nota Stofkam wordt bezuinigd. Nu de GOR BD aldus moet worden geacht voldoende inzicht te hebben gehad in de te nemen taakstellingsmaatregelen, kan ook op deze grond de instemming in redelijkheid niet worden onthouden. De verzochte toestemming wordt verleend.