Naar boven ↑

Rechtspraak

Dutch Steigers B.V./werknemer
Rechtbank Amsterdam (Locatie Amsterdam), 31 januari 2014
ECLI:NL:RBAMS:2014:621

Dutch Steigers B.V./werknemer

Werkgever wil steigeractiviteiten voortaan door zzp’ers laten uitvoeren en verzoekt ontbinding van de arbeidsovereenkomsten van in totaal veertien werknemers. Arbeidsplaatsen zijn niet komen te vervallen en er wordt niet voldaan aan de uitvoeringsinstructie van het UWV op het gebied van het uitbesteden van werk. Afwijzing ontbindingsverzoek.

Werknemer is in dienst van Dutch Steigers als steigerbouwer. Thans verzoekt Dutch Steigers ontbinding van de arbeidsovereenkomst wegens bedrijfseconomische redenen. De functie van werknemer is komen te vervallen. Voor de overblijvende steigerbouwactiviteiten zullen zzp’ers worden ingezet. Dutch Steigers heeft in totaal voor veertien werknemers een ontbindingsverzoek ingediend, waarvan er uiteindelijk vijf zijn ingetrokken omdat met hen een regeling is getroffen.

De kantonrechter oordeelt als volgt. Niet is gebleken dat er werkzaamheden of arbeidsplaatsen, waaronder die van werknemer, zijn of zullen komen te vervallen. Dutch Steigers heeft in haar toelichting gesteld dat zij wel activiteiten met betrekking tot de steigerbouw blijft doen, maar dat zij dit op andere wijze dan voorheen, namelijk op projectmatige basis, wil vormgeven. Dat impliceert niet noodzakelijkerwijs dat (onder meer) de arbeidsplaats van werknemer is of komt te vervallen. Voor zover Dutch Steigers bedoelt dat zij in verband met een noodzakelijk geachte verdere kostenreductie genoodzaakt is alle arbeidsplaatsen van de steigerbouwers te laten vervallen, wordt overwogen dat om te komen tot vermindering van de personeelskosten Dutch Steigers (eerst of ook) andere maatregelen ten dienste staan, zoals het niet meer inzetten van de flexibele krachten (als de uitzendkrachten en de zzp’ers: de zogenaamde flexibele schil) en/of het juist flexibel inzetten van de vaste krachten. Dutch Steigers heeft niet ontkend dat thans reeds zzp’ers voor de werkzaamheden van de steigerbouwers worden ingezet, terwijl de steigerbouwers zelf (al dan niet in verband met deze procedure) in het magazijn te werk zijn gesteld. Dat dergelijke maatregelen niet tot het gewenste resultaat van Dutch Steigers kunnen leiden of zelfs maar in overweging zijn genomen, is niet gesteld. Nog daargelaten dat de kantonrechter niet is gebonden aan een uitvoeringsinstructie van het UWV WERKbedrijf, voldoet Dutch Steigers met haar verzoek ook niet aan die instructie op het gebied van het uitbesteden van werk. Het lijkt hier niet te gaan om het uitbesteden van werk aan echte zelfstandigen maar eerder om het inwisselen van arbeidsovereenkomsten voor onbepaalde tijd van medewerkers voor opdrachtovereenkomsten met (deels dezelfde) medewerkers, functionerend als (schijn)zelfstandigen met maar één opdrachtgever. In die situatie zal – naar de kantonrechter mag hopen – ook het UWV WERKbedrijf geen ontslagvergunning verlenen. Volgt afwijzing van het ontbindingsverzoek.