Naar boven ↑

Rechtspraak

werkneemster/MAS Dienstverleners BV
Rechtbank Amsterdam (Locatie Amsterdam), 11 maart 2014
ECLI:NL:RBAMS:2014:1966

werkneemster/MAS Dienstverleners BV

Als een werknemer niet binnen een redelijke termijn een deskundigenoordeel bij het UWV aanvraagt en later door het UWV wordt vastgesteld dat werknemer arbeidsongeschikt is, bestaat pas vanaf de datum van indiening van de aanvraag van een deskundigenoordeel recht op loondoorbetaling.

Werkneemster is sinds 1 september 2011 als schoonmaakster in dienst van MAS. Werkneemster is daarnaast voor twee andere werkgevers werkzaam als schoonmaakster. Kort na de aanvang van de indiensttreding bij MAS meldt werkneemster zich op 12 september 2011 ziek. De bedrijfsarts adviseert werkneemster vanaf 3 oktober 2011 t/m 17 oktober 2011 haar werkzaamheden voor 50% te laten hervatten en haar daarna weer volledig in te zetten. Als werkneemster op 3 oktober 2011 niet op het werk verschijnt, stopt MAS de loondoorbetaling. Nadat werkneemster dat eerst heeft geweigerd, heeft zij op 7 augustus 2012 een deskundigenoordeel bij het UWV aangevraagd. De deskundige stelt vast dat werkneemster op 3 oktober 2011 niet in staat was haar werkzaamheden voor 50% te verrichten. Thans vordert werkneemster loondoorbetaling van 3 oktober 2011 tot aan de datum van rechtsgeldige beëindiging van de arbeidsovereenkomst.

De kantonrechter oordeelt als volgt. Het geschil tussen partijen spitst zich toe op de vraag of werkneemster vanaf 3 oktober 2011 in staat was (re-integratie)werkzaamheden te verrichten. Als een werknemer niet binnen een redelijke termijn, maar eerst na enige tijd een deskundigenoordeel van het UWV inroept en vervolgens door het UWV in het gelijk wordt gesteld, dient de periode vanaf de weigering op basis van het advies van de bedrijfsarts re-integratiewerkzaamheden uit te voeren tot aan de indiening van de aanvraag voor een deskundigenoordeel als het zonder deugdelijke grond weigeren van passende arbeid te worden aangemerkt, zodat een werknemer in zo’n geval in beginsel eerst vanaf de datum van indiening van het verzoek aan het UWV om een deskundigenoordeel op doorbetaling van loon aanspraak maken. Werkneemster heeft pas bijna een jaar na het advies van de bedrijfsarts van 19 september 2011 op 7 augustus 2012 een deskundigenoordeel gevraagd. Er zijn door werkneemster geen concrete feiten en omstandigheden gesteld waaruit kan worden afgeleid dat aan haar voor deze zeer late indiening geen verwijt kan worden gemaakt. Het kan zo zijn dat het UWV werkneemster in het algemeen niet in staat achtte dagelijks gedurende een substantieel aantal uren schoonmaakwerkzaamheden uit te voeren, maar daarmee is niet gezegd dat werkneemster bij MAS niet voor het contractueel aantal uren van 15 uur per week geheel of gedeeltelijk haar werkzaamheden kon uitvoeren. Het advies van de bedrijfsarts van 5 april 2012 is door het UWV niet getoetst. Voorts heeft het UWV in dat oordeel niet de arbeids(on)geschiktheid van werkneemster beoordeeld in het licht van haar feitelijke werksituatie bij MAS, maar bij CSU (haar andere werkgever). Volgt afwijzing van de loonvordering.