Rechtspraak
Rechtbank Amsterdam (Locatie Amsterdam), 6 maart 2014
ECLI:NL:RBAMS:2014:2207
DBO Finance B.V./werkneemster
Werkneemster heeft van 22 januari 2007 tot en met 23 juni 2007 als kassière en oproepkracht gewerkt bij Albert Heijn. Zij was destijds 18 jaar oud. Zij is op staande voet ontslagen wegens verduistering van een bedrag van ten minste € 2.500. Werkneemster heeft op 23 juni 2007 een verdachtenverklaring en een schuldbekentenis ondertekend waarin zij erkende zich tot een bedrag van € 2.500 ten koste van haar werkgever te hebben bevoordeeld, welk bedrag zij in maandelijkse termijnen van € 150 zal betalen aan DBO Corporate Incasso B.V., aan wie Albert Heijn de vordering tot terugbetaling heeft overgedragen. DBO heeft werkneemster gesommeerd tot betaling van bedragen die opliepen tot € 4.525,56. Werkneemster weigert aan de vordering te voldoen. Zij beroept zich primair op verjaring van de vordering. Subsidiair stelt zij dat zij niet aan de schuldbekentenis kan worden gehouden, omdat deze niet de waarheid bevat en zij deze onder dwang heeft afgelegd. Volgens haar is deze rechtshandeling op grond van artikel 3:44 BW vernietigbaar.
De kantonrechter oordeelt als volgt. Om proceseconomische redenen wordt eerst ingegaan op het subsidiaire verweer van werkneemster. De werkgever van een 18-jarige scholiere, die van verduistering wordt verdacht, behoort gezien de jeugdige leeftijd en de onervarenheid van de werkneemster, alsmede haar afhankelijke positie, haar ervan te weerhouden een belastende verklaring en een schuldbekentenis te ondertekenen. Dit zou anders kunnen liggen indien de werkgever zich ervan heeft verzekerd dat de werkneemster daartoe in volle vrijheid overgaat, bijvoorbeeld na overleg met een ouder of een andere vertrouwenspersoon, maar daarvan is niet gebleken. De voorgedrukte passage in de verdachtenverklaring – ‘Ik heb deze verklaring geheel vrijwillig afgelegd’ – is daarvoor niet voldoende. Het voorgaande leidt tot het oordeel dat de verdachtenverklaring en de schuldbekentenis op de voet van artikel 3:44 BW worden vernietigd wegens misbruik van omstandigheden van de zijde van Albert Heijn. Daarmee slaagt het subsidiaire verweer en zal de vordering, voor zover deze niet is verjaard, worden afgewezen.