Naar boven ↑

Rechtspraak

Abvakabo FNV/werkneemster
Gerechtshof Den Haag (Locatie 's-Gravenhage), 29 april 2014
ECLI:NL:GHDHA:2014:1433

Abvakabo FNV/werkneemster

Vrije advocaatkeuze in arbeidsgeschil geldt ook voor rechtsbijstand op basis van vakbondslidmaatschap. Gebonden advocaatkeuze krachtens artikel 6 Algemene Voorwaarden niet geldig.

Werkneemster heeft in 2005 een arbeidsgeschil gekregen met haar toenmalige werkgever, de Nederlandse Antillen en/of een daaraan gelieerde organisatie, in het kader waarvan verschillende procedures zijn gevoerd. Werkneemster was en is lid van AKF, en heeft krachtens de Algemene voorwaarden individuele belangenbehartiging ABVAKABO FNV (hierna: de Algemene Voorwaarden) in beginsel recht op juridische bijstand ter zake van dit arbeidsgeschil. In eerste instantie werd werkneemster bijgestaan door juristen van AKF. Begin 2006 is de rechtsbijstand aan werkneemster, met instemming en voor rekening van AKF, overgenomen door een extern advocaat. Tussen werkneemster en AKF is een geschil ontstaan over de financiering van de rechtsbijstand van werkneemster. Aan de orde is thans nog het geschil over de kosten voor rechtsbijstand die werkneemster na die datum heeft gemaakt en in de toekomst nog zal maken. De rechtbank heeft – kort gezegd – geoordeeld dat AKF gehouden is tot vergoeding van deze kosten aan werkneemster, onder een aantal door de rechtbank in haar vonnis geformuleerde voorwaarden en bepalingen, en heeft de subsidiaire vordering van werkneemster gedeeltelijk toegewezen met compensatie van de proceskosten. AKF is hiervan in hoger beroep gekomen.

Het hof oordeelt als volgt. Het hof is met de rechtbank van oordeel dat de informatieplicht van werkneemster niet zo ver gaat dat zij – op straffe van verlies van haar rechten – tevoren toestemming dient te vragen aan AKF of te nemen stappen tevoren moet afstemmen. Ook als zij dit niet doet kan zij jegens AKF aanspraak maken op vergoeding van haar kosten van rechtsbijstand, mits voldaan is aan de in het dictum van het vonnis van de rechtbank vermelde voorwaarden en bepalingen. Dit neemt echter niet weg dat werkneemster er wel verstandig aan doet tijdig (bij voorkeur vooraf) met AKF te overleggen, zeker als het gaat om nieuwe procedures, aangezien zij anders het niet geringe risico loopt dat zij kosten van rechtsbijstand maakt waarvan AKF achteraf stelt dat het geen kosten betreft die in redelijkheid zijn gemaakt. Indien en voor zover een onafhankelijke derde (als bepaald in het vonnis van de rechtbank) tot het oordeel komt dat AKF hierin gelijk heeft, zullen die door werkneemster gemaakte kosten van rechtsbijstand voor haar eigen rekening komen. Grief 6 richt zich tegen het oordeel van de rechtbank in r.o. 4.10 van haar vonnis dat de vraag welke advocaat werkneemster bijstaat in het arbeidsgeschil voor de beoordeling van de vordering niet relevant is. AKF bestrijdt dit, en stelt dat zij uitsluitend akkoord is gegaan met rechtskundige bijstand aan werkneemster door mr. Klaassen. AKF wijst in dit verband voorts op artikel 6 van de Algemene Voorwaarden, waarin is vermeld dat een lid geen vrije keuze heeft van (rechts)hulpverlener, en stelt zich op het standpunt dat zij niet gehouden is de facturen van anderen dan mr. Klaassen te voldoen. Ook deze grief faalt. Het hof verenigt zich met hetgeen de rechtbank op dit punt heeft overwogen en beslist. Dat AKF door een vrije advocaatkeuze van werkneemster in haar belangen is geschaad is niet gesteld of gebleken. Daarbij wijst het hof nog op het arrest van de Hoge Raad van 21 februari 2014, ECLI:NL:HR:2014:396, waarin het recht op vrije advocaatkeuze besloten ligt. Het beroep op artikel 6 van de Algemene Voorwaarden kan AKF derhalve niet baten.