Naar boven ↑

Rechtspraak

Tubus System B.V./werknemer
Rechtbank Rotterdam (Locatie Rotterdam), 7 mei 2014
ECLI:NL:RBROT:2014:4335

Tubus System B.V./werknemer

Werknemer overtreedt concurrentiebeding dat op grond van arbeidsovereenkomst en vaststellingsovereenkomst van toepassing is.

Werknemer is in oktober 2010 bij Tubus (een onderneming die zich richt op het leggen en renoveren van rioleringen, buizen en pijpleidingen) in dienst getreden als Tubus System Trainee. Op 9 maart 2012 is een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd overeengekomen. Werknemer is sindsdien werkzaam als Tubus System Monteur, 1e man. In de arbeidsovereenkomst is in artikel 10 een geheimhoudingsbeding en een concurrentiebeding voor de duur van een jaar na het einde van het dienstverband opgenomen. Bij brief van 15 mei 2013 is werknemer op staande voet ontslagen. Uiteindelijk is ter zitting van de kantonrechter een vaststellingsovereenkomst gesloten. Daarin wordt onder meer het volgende bepaald: Het geheimhouding- en relatiebeding als mede het daarop betrekking hebbende boetebeding blijven in stand. Het concurrentiebeding wordt beperkt in die zin dat het betrekking heeft op de volgende bedrijven Proline Group waaronder valt P-Line Netherlands B.V., Rendon Onderhoudsgroep en Houseliner B.V. Ook ten aanzien van het concurrentiebeding blijft het boetebeding in stand. Op 16 september 2013 is werknemer in dienst getreden bij P-Line Netherlands B.V. te Haarlem als medewerker Logistiek en Kwaliteit. Tubus stelt dat hiermee het concurrentiebeding wordt overtreden en boetes worden verbeurd.

De voorzieningenrechter oordeelt als volgt. Nu in de vaststellingsovereenkomst is opgenomen dat het geheimhoudings- en relatiebeding, alsmede het daarop betrekking hebbende boetebeding in stand blijven en het concurrentiebeding wordt beperkt, zonder verdere verwijzing naar de inhoud van deze bedingen, is naar voorlopig oordeel voor de inhoud van deze bedingen artikel 10 van de arbeidsovereenkomst bepalend. Nu in dit artikel onder b wordt gesproken over het verrichten van enigerlei werkzaamheden, moet het er voorshands voor worden gehouden dat het uitoefenen van iedere denkbare functie bij een van de in de vaststellingsovereenkomst onder artikel 4 genoemde bedrijven onder de werking van het concurrentiebeding valt. Door bij P-Line Netherlands in dienst te treden, heeft werknemer het concurrentiebeding overtreden. Voorshands is niet aannemelijk dat werknemer onbillijk wordt benadeeld door hem te houden aan het concurrentiebeding. Werknemer dient zich op straffe van een dwangsom te houden aan het concurrentiebeding. Bij wijze van voorschot op de nog vast te stellen verschuldigde contractuele boete, wordt werknemer veroordeeld tot betaling van 5.000.