Rechtspraak
Rechtbank Den Haag (Locatie 's-Gravenhage), 1 mei 2014
ECLI:NL:RBDHA:2014:7010
X/Nationale Politie (Eenheid Midden-Nederland)
X is werkzaam als hoofdagent bij de Politie. In 1994 is haar een ongeval overkomen tijdens een oefening met een boot. X heeft de Politie aansprakelijk gesteld voor haar schade. De Politie heeft tot op heden geweigerd aansprakelijkheid te erkennen. In de (bestuursrechtelijke) beroepsprocedure heeft X het beroepschrift ingetrokken en besloten de zaak aan de civiele rechter voor te leggen. In de onderhavige deelgeschilprocedure ex artikel 1019w-1019cc Rv stelt X de Politie aansprakelijk voor haar schade als gevolg van het ongeval. De Politie stelt dat de burgerlijke rechter onbevoegd is van het geschil kennis te nemen.
De rechtbank oordeelt als volgt. Nu X haar beroepschrift heeft ingetrokken, staat voor haar daarmee de civiele weg nog open. Immers, bij arrest van 30 oktober 2009 (ECLI:NL:HR:2009:BJ6020) heeft de Hoge Raad in een vergelijkbare zaak het ontvankelijkheidsverweer van de werkgever verworpen en geoordeeld dat een benadeelde werknemer/ambtenaar het recht heeft na afwijzing van aansprakelijkheid zijn vordering aan de civiele rechter voor te leggen, zolang de bestuursrechter nog geen oordeel over de gevorderde schadevergoeding heeft gegeven. De omstandigheid dat het in die zaak aansprakelijkheid uit hoofde van artikel 6:170 BW betrof doet hier niet aan af. Met de Politie is de rechtbank echter van oordeel dat de onderhavige kwestie zich niet leent voor een beoordeling in deelgeschil. De relevante feiten in de onderhavige zaak staan nog altijd niet vast. Los daarvan is duidelijk geworden dat partijen ook diepgaand van mening verschillen over de omvang van de schade. Volgt afwijzing van het verzoek.