Rechtspraak
Hof van Justitie van de Europese Unie, 12 juni 2014
ECLI:EU:C:2014:1517
Gülay Bollacke/K + K Klaas & Kock B.V. & Co. KG
Bollacke was van 1 augustus 1998 tot en met 19 november 2010, de datum van zijn overlijden, in dienst bij K + K Klaas & Kock B.V. & Co. KG (hierna: K + K). Sinds 2009 leed Bollacke aan een ernstige ziekte. In 2009 was hij gedurende meer dan acht maanden arbeidsongeschikt. Vanaf 11 oktober 2010 tot de datum van zijn overlijden was hij ook arbeidsongeschikt. Vast staat dat Bollacke op de datum van zijn overlijden recht had op minimaal 140,5 dagen niet-opgenomen jaarlijkse vakantie. Bij brief van 31 januari 2011 heeft Bollacke – zijn echtgenote en erfgenaam – van K + K een financiële vergoeding voor die niet-opgenomen vakantiedagen gevorderd. K + K heeft dat verzoek verworpen op grond dat zij betwijfelde of sprake was van een erfelijk recht. De rechter in eerste aanleg heeft dat verzoek ook verworpen, op grond dat volgens de rechtspraak van het Bundesarbeitsgericht geen recht ontstaat op een financiële vergoeding voor jaarlijkse vakantie met behoud van loon die aan het einde van de arbeidsverhouding niet is opgenomen, in geval van beëindiging van die verhouding door het overlijden van de werknemer. Tegen die beslissing is hoger beroep ingesteld bij de verwijzende rechter, die zich afvraagt of die nationale rechtspraak gegrond is in het licht van de rechtspraak van het Hof over artikel 7 van Richtlijn 2003/88.
Het Hof van Justitie EU oordeelt als volgt. Het recht op jaarlijkse vakantie vormt slechts een van de twee aspecten van een wezenlijk beginsel van sociaal recht van de Unie en dit beginsel omvat eveneens het recht op betaling (zie in die zin arrest Schultz-Hoff e.a., EU:C:2009:18, punt 60 en aldaar aangehaalde rechtspraak). De door de Uniewetgever met name in artikel 7 van Richtlijn 2003/88 gebruikte woorden ‘jaarlijkse vakantie met behoud van loon’ betekenen immers dat het loon van de werknemer gedurende de jaarlijkse vakantie in de zin van die richtlijn moet worden doorbetaald. Met andere woorden, de werknemer moet tijdens die periode van rust en ontspanning zijn normale loon blijven ontvangen (zie in die zin arresten Robinson-Steele e.a., C-131/04 en C-257/04, EU:C:2006:177, punt 50; Schultz-Hoff e.a., EU:C:2009:18, punt 58, en Lock, C-539/12, EU:C:2014:351, punt 16). Ten slotte zij vastgesteld dat een financiële vergoeding bij beëindiging van de arbeidsverhouding door het overlijden van de werknemer noodzakelijk is om het nuttig effect van het bij Richtlijn 2003/88 aan de werknemer verleende recht op jaarlijkse vakantie met behoud van loon te waarborgen. Indien de verplichting tot betaling van het loon voor jaarlijkse vakantie ophield te bestaan bij beëindiging van de arbeidsverhouding door het overlijden van de werknemer, zou dit immers tot gevolg hebben dat een toevallige omstandigheid, waarover noch de werknemer noch de werkgever controle heeft, leidt tot het totale verlies met terugwerkende kracht van het recht op jaarlijkse vakantie met behoud van loon zelf, zoals neergelegd in artikel 7 van Richtlijn 2003/88. Om al deze redenen kan die bepaling van Richtlijn 2003/88 dus niet aldus worden uitgelegd dat dit recht kan vervallen door het overlijden van de werknemer. Aangezien artikel 7 lid 2 van Richtlijn 2003/88 voor het ontstaan van het recht op een financiële vergoeding geen andere voorwaarde stelt dan dat de arbeidsverhouding is beëindigd, moet bovendien ervan worden uitgegaan dat het recht op die vergoeding niet afhankelijk mag worden gesteld van een daartoe strekkende voorafgaande aanvraag. Kortom, artikel 7 van Richtlijn 2003/88/EG moet aldus worden uitgelegd dat het in de weg staat aan nationale wetten of gebruiken als in het hoofdgeding, volgens welke het recht op jaarlijkse vakantie met behoud van loon vervalt zonder dat een recht ontstaat op een financiële vergoeding voor niet-opgenomen vakantie, in geval van beëindiging van de arbeidsverhouding door het overlijden van de werknemer. Het recht op die vergoeding mag niet afhankelijk worden gesteld van een voorafgaand verzoek van de betrokkene.